Evi dierenartsen Oudenoord 030 - 233 23 20
Evi dierenartsen Kanaleneiland 030 - 288 22 90
Evi dierenartsen Vossegat 030 - 225 07 07
Evi dierenartsen Hilversum 035 - 628 01 62

Wij zijn open voor alle zorg voor uw huisdier. Lees hier onze volledige COVID-19 adviezen.

Alles over katten

Welkom in onze kennisbank over katten

  • Afvallen
  • Allergie
  • Alvleesontsteking
  • Artrose
  • Astma
  • Biopt
  • Blaasgruis
  • Blaasgruis behandeling
  • Bloedarmoede
  • Bloeddrukmeting
  • Bloedonderzoek
  • Bloedonderzoek resultaten
  • Braken
  • Buitenland
  • Castratie kater
  • Chippen
  • Coronavirus
  • Diarree
  • Dracht en bevalling
  • Drinken veel
  • Eikenprocessierups
  • Gebit
  • Gebitsbehandeling
  • Gebitsproblemen
  • Gebitsverzorging
  • Gewicht
  • Giardia
  • Hart
  • Hartfalen
  • Huid
  • Huisdier
  • Kitten een goede start geven
  • Longen
  • Maag-darmkanaal
  • Narcose
  • Nierfalen
  • Niet eten
  • Ogen
  • Onrustig
  • Ontlastingsonderzoek
  • Ontvlooien
  • Ontwormen
  • Oogboldrukmeting
  • Oorontsteking
  • Oudere katten check
  • Parasieten
  • Plaskater
  • Preventieve zorg
  • Probleemgedrag
  • Rabiës
  • Schildklier
  • Schildklier behandeling
  • Schimmel
  • Sloom
  • Sterilisatie poes
  • Steriliseren voordelen
  • Suikerziekte
  • Suikerziekte behandeling
  • Tandenpoetsen
  • Tips kat naar dierenarts
  • Urine
  • Urinewegen
  • Vaccineren
  • Vergiftigingen
  • Vlooien
  • Vuurwerkangst
  • Wateropname
  • Wormen
  • Zes maanden check

Afvallen

Afvallen

De klacht ‘vermageren’ kan bij veel verschillende aandoeningen passen.

Uw huisdier valt af omdat hij niet genoeg voeding binnenkrijgt, de eetlust is verminderd. Bijvoorbeeld door:

  • Koorts
  • Aandoening van de buikorganen (nieren, lever, alvleesklier, darmen enz.)
  • Kauw- en/of slikproblemen

Uw huisdier valt af omdat hij een aandoening heeft die veel energie kost. De eetlust is prima, maar hij kan niet voldoende eten om de vraag naar energie bij te benen. Bijvoorbeeld door:

  • Te snel werkende schildklier
  • Dracht of melkgift
  • Hart- of longaandoeningen
  • Tumoren

Uw huisdier valt af omdat hij veel voedingsstoffen snel weer verliest, de eetlust kan normaal zijn. Bijvoorbeeld door:

Allergie

Allergie

Een allergie is een overdreven, sterke reactie van het afweersysteem op stoffen van buitenaf.  Bij contact met deze lichaamsvreemde stoffen (bijvoorbeeld vlooienspeeksel of voedingsbestanddelen) produceert het afweerapparaat bij allergiepatiënten stoffen die jeuk en ontsteking in de huid veroorzaken. Dit kan in de loop van het leven van uw kat ontwikkelen na blootstelling aan de stoffen van buitenaf. Een allergie kan dus ook op latere leeftijd ontstaan. Er zijn verschillende vormen van allergie. De meest voorkomende zijn vlooienallergie, voedingsallergie en atopie (omgevingsallergie). Daarnaast bestaat er ook contact allergie en allergie ten gevolge van insectenbeten.

Klachten

Het lastige aan allergieën is dat de symptomen erg op elkaar lijken. Dat maakt het onderscheid lastig. De diagnose atopie kan pas gesteld worden als de andere typen allergie uitgesloten zijn. Symptomen die veel gezien worden bij allergie:

  • Jeukklachten, dit uit zich door krabben/schuren/bijten/likken op meerdere plekken van het lichaam
  • Wondjes op de kop en in de hals, met name tussen ogen en oren
  • Kleine korstjes op de rug
  • Kaalheid op buik, flanken, achterpoten, onderrug
  • Huidontstekingen, met name aan de binnenzijde van de achterpoten
  • Zweren op de lippen of in de bek
  • Oorontstekingen
  • Roodheid tussen de tenen

Diagnose

Voordat de conclusie ‘allergie’  getrokken mag worden bij een patiënt met huidklachten, zullen eerst andere oorzaken uitgesloten moeten worden. Deze andere oorzaken kunnen zijn: vlooien, mijten, schimmel, luizen, bacterie- of gistinfectie. Hierop zal dus eerst getest worden door de dierenarts door middel van microscopisch onderzoek. Blijkt dat de huidklachten passend zijn bij allergie, dan wordt er uitgezocht met welke allergie we te maken hebben.

Voedingsallergie

Een voedingsallergie ontstaat meestal door een voedingsbestanddeel dat de kat al vaker heeft gegeten en waar hij plotseling overgevoelig op reageert. Wanneer een overgevoeligheid voor een bepaald bestanddeel van de voeding eenmaal is opgetreden, zal het dier hier waarschijnlijk zijn leven lang overgevoelig voor blijven. Voedingsmiddelen die dat specifieke bestanddeel bevatten, zullen dan ook voor altijd vermeden moeten worden. Elk ingrediënt dat uw huisdier wel eens eerder heeft gegeten, kan in principe een voedselovergevoeligheid veroorzaken. Meestal treedt de allergie echter op voor een bepaald eiwit in de voeding, zoals rundvlees, eieren, lamsvlees of tarwegluten. Het feit dat een dier overgevoelig reageert zegt overigens niets over de kwaliteit van de voeding. Het dier kan een bepaald bestanddeel van de bewuste voeding gewoon niet goed verdragen. Voor andere dieren levert dezelfde voeding geen enkel probleem op.

Atopie

Atopie is een allergie voor stoffen uit de omgeving, zoals huisstofmijten, stuifmeel van bloeiende gewassen of huidschilfers van dieren. De klachten ontstaan vaak al voor het 5e levensjaar.

Behandeling

Het uitsluiten van een vlooienallergie is relatief eenvoudig. Dit kunt u doen door de kat strikt elke 4 weken met een goed en betrouwbaar antivlooienmiddel te behandelen. Doe dit ook als u geen vlooien ziet bij uw kat! De kat vangt namelijk vaak zelf de vlooien uit de vacht als hij deze gevoeld heeft, maar 1 vlooienbeet kan al genoeg zijn voor heftige jeukklachten.

Wanneer blijkt dat de kat klachten houdt ondanks een strikte anti-vlooienbehandeling, zal de dierenarts een eliminatiedieet voorschrijven. Dit is een speciaal dieet, liefst zelf gekookt, dat strikt gevolgd moet worden voor 6 tot 9 weken. Daarna zal er weer het oude voer en tussendoortjes voorgeschreven worden. Dit traject is van belang om een voedselallergie aan te tonen dan wel uit te sluiten. Als de kat een voedselallergie blijkt te hebben, zal er gezocht moeten worden naar een geschikt dieet, dat de kat wel verdraagt.

Blijkt na het eliminatiedieet dat de kat nog steeds jeuk en huidklachten heeft, dan zal er sprake zijn van een atopie. Testen waarvoor de kat allergisch is, heeft helaas weinig toegevoegde waarde. De testen die hiervoor beschikbaar zijn, blijken nog te weinig betrouwbaar. Daarom wordt een kat met atopie behandeld met medicijnen, die hij levenslang zal moeten slikken in een zo laag mogelijke dosering.

Alvleesontsteking

Alvleesontsteking

Een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) is de meest voorkomende aandoening van de alvleesklier. De alvleesklier heeft twee functies: de aanmaak van eiwitten voor de (vet)vertering, en de aanmaak van insuline om het bloedsuiker te kunnen reguleren.

Bij pancreatitis worden de verteringseiwitten te vroeg geactiveerd, waardoor ze de alvleesklier aantasten en een ontsteking veroorzaken. Andere oorzaken zijn: obstructie van de galwegen, afwijkende zoutverhoudingen in het bloed, te veel vet in het voer, en bepaalde infecties. Bij katten komt een alvleesklierontsteking vaker voor in combinatie met een ontsteking van de galwegen en lever, bij nierfalen of bij een chronisch geïrriteerde dunne darm. De ontsteking kan acuut of chronisch zijn, een chronische ontsteking kan regelmatig opflikkeren.

Symptomen & Diagnose

We zien helaas vaak maar vage verschijnselen, zoals: niet willen eten, overgeven en buikpijn. Daarnaast kan er ook diabetes ontstaan bij een ernstige pancreatitis. De diagnostiek gaat op basis van bloedonderzoek naar alvleeskliereiwitten (fPLI voor de kat), en eventueel een echografie. Opereren is alleen zinvol indien een ernstige galwegobstructie de oorzaak is, waarbij de ontlasting wit wordt en er sprake is van geelzucht.

Therapie

De behandeling van deze vervelende aandoening kan intensief zijn en niet iedere dierenarts is voldoende toegerust dit goed te behandelen. De behandeling uit infuustherapie (en vaak dus een opname) en een opiaten pijnstilling bij ernstige ontsteking, en daarnaast anti-misselijkheidsmedicatie met eventueel maagzuurremmers. Ook is het erg belangrijk dat dieren blijven eten, het liefst met voer waar weinig vet in zit.

Mocht u meer willen weten over deze vervelende aandoening, dan informeren we u graag verder. Neem gerust contact met ons op, of maak direct een afspraak.

Artrose

Artrose

Katten zijn van nature atleten, maar op termijn kan hun actieve manier van leven z’n tol gaan eisen. Dat kan betekenen dat een kat kan gaan lijden aan ongemakken en pijntjes aan de gewrichten. Gewrichtsaandoeningen komen veel voor bij katten, ongeveer een op de drie katten heeft hier last van. Van alle katten ouder dan 12 jaar lijdt zelfs 90% aan een gewrichtsaandoening. De belangrijkste gewrichtsaandoening is osteoartritis, ook wel artrose genoemd.

Hoe ontstaat artrose?

Artrose kan in één of meerdere gewrichten optreden. In het geval van (osteo)artrose ontstaan de problemen door overmatige slijtage of beschadiging van het gewrichtskraakbeen. Dit kraakbeen dient in het gewricht vooral als een soort stootkussen, waardoor het onderliggende bot rondom het gewricht wordt beschermd. Door beschadiging van het kraakbeen verdwijnt deze beschermende laag en wordt het bot aangetast. In plaats van het kraakbeen vormen zich botwoekeringen rond het gewricht. Dit proces gaat gepaard met een ontstekingsreactie, verminderde soepelheid en pijn. Het gewricht wordt dikker, minder goed beweeglijk en de spieren erom heen verslappen door het verminderde gebruik. De slijtage begint sluipend en wordt heel geleidelijk erger. Bij de kat komt artrose het meest voor in het ellebooggewricht. Daarnaast kan artrose ook in de heupen, knieën en de rug ontstaan.

Herkennen van gewrichtsproblemen

Omdat katten relatief klein en erg lenig zijn, kunnen ze de problemen die veroorzaakt worden door gewrichtsproblemen gemakkelijk verbloemen. In tegenstelling tot honden, lopen katten met gewrichtsproblemen meestal niet mank. Wel vertonen katten met gewrichtsproblemen vaak subtiele en kleine veranderingen in hun gedrag en houding zoals:

  • Zich afzonderen van de omgeving
  • Minder actief dan vroeger; langer slapen/minder spelen
  • Minder vaak/minder hoog springen
  • Een afkeer van traplopen
  • Zich minder goed kunnen wassen
  • Minder eten; de voerbak staat op een afgelegen/moeilijk te bereiken plaats
  • Wil niet meer opgepakt of aangehaald worden
  • Onzindelijkheid; de kattenbak net niet halen of pijn bij het klimmen in de kattenbak

Behandelen van gewrichtsproblemen

Een gewricht met artrose wordt helaas nooit meer een normaal gewricht. De veranderingen aan het bot die zijn ontstaan, zijn blijvend. De veranderingen aan de andere delen van het gewricht kunnen nog wel omkeren. Het doel van de behandeling is de functie van het gewricht zoveel en zolang mogelijk te behouden.

Voeding

In de eerste plaats is het van groot belang dat uw kat geen overgewicht heeft. Vraag indien nodig de dierenartsen en assistentes om u te helpen met een afvalprogramma voor uw kat.
Daarnaast zijn er voedingssupplementen die voedingsstoffen voor het gewrichtskraakbeen en omega-3 vetzuren bevatten en ondersteunend werken. U kunt ook een speciaal voer geven. De dierenartsen en assistentes kunnen u meer over de voeding (Mobility support, J/D) en voedingssupplementen (Seraquin® of DOILS®) vertellen.

Medicijnen

Pijnstillers doorbreken de vicieuze cirkel. Pijn = stilstaan = achteruitgaan. Betere beweging en belasting van het gewricht is o.a. goed voor het gewrichtskraakbeen. Deze medicijnen werken ook ontstekingsremmend in het gewrichtskapsel, waardoor de gewrichtsvloeistof die het kraakbeen “voedt” van betere kwaliteit wordt. Een voorbeeld is Metacam. Omdat dergelijke medicatie bij langdurig gebruik belastend kan zijn voor de nieren, is het aan te raden om vooraf de nierfunctie van uw kat te laten onderzoeken.

Wat kunt u in de toekomst verwachten?

Uw kat kan ondanks alles af en toe een terugval vertonen. Dan zou het kunnen dat de medicatie iets aangepast moet worden. Het is verstandig om elk half jaar uw kat te laten controleren i.v.m. het beoordelen van de gewrichten, de voedingstoestand, het evalueren van de medicatie en eventuele bijwerkingen.

Astma

Astma

Bronchitis is een ontsteking van de diepere luchtwegen van kat (en hond). Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals parasieten, een te actief immuunsysteem, of ‘idiopatisch’ (geen oorzaak aan te wijzen). De voornaamste klacht is regelmatig hoesten. Omdat er verschillende oorzaken bestaan voor bronchitis is aanvullende diagnostiek nodig bij een kat die al langere tijd hoestklachten heeft. Deze diagnostiek bestaat uit een röntgenfoto, al dan niet in combinatie met ontlastingsonderzoek om wormen uit te sluiten. Soms is zelfs een longspoelsel nodig om de cellen te onderzoeken die met de ontsteking gepaard gaan. De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak, maar kan bijvoorbeeld bestaan uit onderdrukkers van het immuunsysteem (zoals prednison), om de bronchitis onder controle te krijgen en te houden. Om de bijwerkingen van prednison te minimaliseren, adviseren wij net als bij mensen een inhalator te gebruiken.
We lichten u hier graag verder over in.

Biopt

Biopt

Biopt nemen

Als uw huisdier een dikte in of onder de huid heeft, kan de dierenarts aan de buitenkant niet zien of het kwaadaardig of goedaardig is. Het nemen van een biopt wordt gedaan in geval van diktes en bij afwijkende huidstructuren. Er zijn drie manieren om een biopt te nemen:

  1. Het Dunne Naald Aspiratie Biopt (DNAB)
  2. Het ponsbiopt
  3. Het excisiebiopt

Hieronder zullen alle drie de manieren kort besproken worden. Voor een ponsbiopt en een excisiebiopt zal uw huisdier onder narcose gebracht moeten worden. Een DNAB wordt direct tijdens het spreekuur bij het wakkere dier afgenomen.

Dunne Naald Aspiratie Biopt

  • De dierenarts lokaliseert de dikte in/op/onder de huid
  • Soms is scheren van de vacht nodig om de dikte beter in beeld te brengen
  • De huid van de dikte wordt ontsmet
  • De dierenarts prikt de dikte een aantal malen aan met een naald op een spuit; daarbij zuigt zij cellen aan vanuit de dikte
  • De cellen worden op een glaasje gespoten en uitgestreken
  • Deze uitstrijkjes worden naar een speciaal laboratorium gestuurd
  • U wordt enkele dagen later gebeld over de uitslag

Ponsbiopt

  • Uw huisdier wordt onder narcose gebracht
  • Als uw dier goed slaapt, wordt de afwijkende huid geschoren en ontsmet
  • Er worden enkele biopten genomen met behulp van een ‘huidboortje’
  • De gaatjes die hierdoor ontstaan worden met een hechting dichtgemaakt
  • De biopten worden in een potje met speciale vloeistof bewaard en opgestuurd naar een speciaal laboratorium
  • De uitslag laat in dit geval wat langer op zich wachten dan bij een DNAB, u wordt na 1 tot 2 weken gebeld

Excisiebiopt

  • Deze manier van biopt nemen wordt gebruikt tijdens de operatie om een dikte te verwijderen
  • Uw huisdier wordt onder narcose gebracht
  • De dikte wordt indien mogelijk ruim omsneden en verwijderd
  • Het weefsel wordt in een potje met speciale vloeistof bewaard en opgestuurd naar een speciaal laboratorium
  • De uitslag laat in dit geval wat langer op zich wachten dan bij een DNAB, u wordt na 1 tot 2 weken gebeld

Blaasgruis

Blaasgruis bij de kat

De meest voorkomende soort blaasgruis bij katten is de struviet. Een vervelend probleem, maar gelukkig heel makkelijk te voorkomen! Struviet is opgebouwd uit de mineralen magnesium, ammonium en fosfaat. 

Er zijn een aantal redenen waardoor een kat struvietkristallen kan ontwikkelen. De ene kat heeft meer aanleg voor het ontwikkelen van kristallen dan de andere. Hieraan kunnen u en uw dierenarts helaas niets veranderen. Gelukkig zijn er een aantal dingen die u wél zelf kunt doen om zoveel mogelijk te voorkomen dat uw kat in de toekomst weer last krijgt van dit vervelende probleem.
Een bekende oorzaak is het hebben van te sterk geconcentreerde urine. Met de urine verdwijnen afvalstoffen uit het lichaam. Het is dus normaal dat er in de urine bepaalde mineralen zitten. Als de urine heel waterig is, lossen deze mineralen makkelijker op dan als de urine heel geconcentreerd is. Als u een schep zout in een klein beetje water doet zal er meer zout ‘overblijven’ dan als u dezelfde schep zout in een grote hoeveelheid water doet. In de blaas werkt dit hetzelfde.

Hoe ontstaat precies blaasgruis?

Blaasgruis ontstaat dus wanneer bepaalde mineralen uit de voeding in de urine uitkristalliseren. Dit treedt eerder op bij voeding die deze mineralen in voor uw kat te hoge hoeveelheden bevat. De kristallen kunnen zich vasthechten aan organisch materiaal in de urine, zodat er structuren ontstaan die op den duur kunnen uitgroeien tot stenen.
De zuurgraad (pH) van de urine, welke per kat kan variëren, is ook bepalend voor het optreden van gruisvorming. Daarnaast kunnen bacteriën de zuurgraad van de urine beïnvloeden. Verder is het drinkgedrag van uw kat (te weinig drinken) van invloed op het ontstaan van blaasgruis. Overgewicht en te weinig lichaamsbeweging zijn andere factoren die een rol spelen.

Zowel katers als poezen kunnen een blaasontsteking en/of blaasgruis krijgen. Maar katers hebben door hun nauwere plasbuis daarnaast het risico om ′′verstopt′′ te raken, waardoor zij niet meer kunnen plassen. Als u dat merkt, moet u direct contact opnemen met de kliniek, dit is namelijk een spoedgeval dat soms zelfs tot de dood kan leiden. Indien er sprake is van een verstopping van de plasbuis zal de dierenarts de steen via een katheter proberen te verwijderen of, indien dit niet mogelijk is, via een operatie.

De volgende factoren kunnen de vorming van blaasstenen of blaasgruis beïnvloeden:

  • Zuurgraad (pH) van de urine. Struviet ontstaat in een urine met een hoge pH, ook wel een alkalische urine genoemd. Urinary dieetvoeding zorgt voor een verlaging van de urine pH, waardoor de vorming van struvietkristallen geremd wordt.
  • Mineralen samenstelling van de urine. Kristallen bestaan uit verschillende mineralen. De concentratie van deze mineralen in de urine wordt direct beïnvloed door de samenstelling van de voeding. Zo helpt een laag magnesiumgehalte in de voeding herhaalde struvietsteenvorming verminderen.

Het is erg belangrijk dat uw kat uitsluitend de door uw dierenarts voorgeschreven dieetvoeding (droog en natvoeding) krijgt. Mengen met andere voeding of het geven van tussendoortjes beïnvloeden direct het gunstige effect van blaasgruis dieetvoeding. Bijvoorbeeld door het weer verhogen van de pH. Ook kunnen andere voeding of tussendoortjes juist veel van de mineralen bevatten die kristalvorming stimuleren. Meestal is het geven van blaasgruis dieetvoeding voor langere tijd, soms levenslang nodig om herhaling in de toekomst te helpen voorkomen.

Hoe gaan en kunnen we blaasgruis behandelen?
 

Blaasgruis behandeling

Blaasgruis behandeling

Gelukkig zijn er een aantal dingen die u wél zelf kunt doen om zoveel mogelijk te voorkomen dat uw kat in de toekomst weer last krijgt van dit vervelende probleem.

Hoe gaan en kunnen we blaasgruis behandelen?

Acute behandeling

De ontsteking van de blaaswand die door het gruis ontstaan is, kan worden behandeld met medicijnen. Om te zorgen dat de blaas goed schoongespoeld wordt, krijgt uw kat onderhuids wat extra vocht toegediend, zodat hij veel moet plassen. Als er stenen aanwezig zijn, zal uw dierenarts deze operatief moeten verwijderen.

Chronische behandeling

Meestal kan het gruis worden opgelost met speciale dieetvoeding, wat gedurende 6-8 weken gegeven moet worden. We controleren dan vaak de urine of de behandeling effectief is geweest. 
De verdere behandeling is er vooral op gericht te voorkomen dat het gruis en/of de stenen opnieuw worden gevormd en bestaat meestal uit een combinatie van een speciale dieetvoeding en medicijnen.

Hoe kunt u zorgen dat de urine van uw kat wateriger wordt?

Zorgen dat uw kat meer drinkt.
Zorgen dat uw kat vaker naar de bak gaat om te plassen. Als uw kat lang ophoudt zal de urine meer geconcentreerd worden.

Hoe ontstaat precies blaasgruis?

Bloedarmoede

Bloedarmoede

Bij bloedarmoede (anemie) is het aantal rode bloedcellen in het bloed verlaagd. Hierdoor ontstaat er in het lichaam een tekort aan zuurstof en zullen dieren zwak en vermoeid worden. Er zijn verschillende oorzaken voor bloedarmoede.

Symptomen

Bij bloedarmoede hebben de spieren en organen zuurstofgebrek, hierdoor kunnen  de onderstaande symptomen ontstaan. De stelregel daarbij is hoe lager het aantal rode bloedcellen en hoe sneller (acuter) de bloedarmoede ontstaat, des te ernstiger de symptomen zullen zijn:

  1. Sneller moe, sloom
  2. Meer slapen
  3. Minder honger
  4. Bleke tong of slijmvliezen
  5. Sommige katten gaan rare dingen eten of aan rare dingen likken 
  6. Soms is er sprake van koorts

Oorzaken

Bloedverlies

Verlies van rode bloedcellen treedt op bij een bloeding. Dit kan een zichtbare bloeding aan de buitenkant van het lichaam zijn door bijvoorbeeld een wond, maar kan ook een inwendige bloeding zijn die in eerste instantie niet zo duidelijk is, bijvoorbeeld bij een aanrijding of door bloedverlies via het maagdarmkanaal. Bloedingen kunnen o.a ontstaan door trauma, een bloedende tumor (bv milttumor) of door een stollingsstoornis waarbij de bloedstolling niet meer voldoende functioneert (dit is bijvoorbeeld het geval bij vergiftiging met rattengif)

Verhoogde afbraak

De normale levensduur van een rode bloedcel is ongeveer 70 dagen (kat). In het geval van verhoogde afbraak worden rode bloedcellen te snel afgebroken (=hemolyse); hierdoor ontstaat vaak een acute en ernstige bloedarmoede. Oorzaken hiervoor zijn o.a een auto-immuunziekte (immuungemedieerde hemolytische anemie), bepaalde infecties bv Mycoplasma-bacterie (kat) of bepaalde giftige stoffen.

Verminderde aanmaak

Het beenmerg maakt rode bloedcellen aan. Indien het beenmerg niet goed functioneert zullen er te weinig rode bloedcellen worden gevormd en daardoor kan ook een bloedarmoede ontstaan. Oorzaken hiervoor zijn o.a (chronische) ontstekingen, tumoren, nierfalen etc. Bij katten sluiten we altijd kattenleukemie (FeLV) en kattenaids (FIV) uit d.m.v. een bloedtest. Deze vorm van bloedarmoede is meestal chronisch en geeft vaak minder duidelijke klinische klachten. 

Diagnose

De diagnose bloedarmoede wordt vastgesteld met bloedonderzoek door het percentage rode bloedcellen in het bloed, de hematocriet (Ht), te bepalen. Om de oorzaak van de bloedarmoede vast te stellen wordt uitgebreid bloedonderzoek gedaan en indien nodig volgt er beeldvorming (bv röntgenfoto's, echo). 

Therapie

In eerste instantie proberen we indien mogelijk de oorzaak van de bloedarmoede te behandelen. Afhankelijk van de oorzaak van de bloedarmoede kan dat betekenen dat er een behandeling met medicijnen nodig; soms zal een operatie nodig zijn. 

Als een dier ernstige bloedarmoede heeft, hier veel last van heeft of zelfs mogelijk dreigt te overlijden, is het advies om een bloedtransfusie te geven. Een  bloedtransfusie neemt de ziekte niet weg, maar geeft wel meer tijd om de behandeling te laten aanslaan. 

Prognose

De levensverwachting van uw kat met bloedarmoede is sterk afhankelijk van de oorzaak van de klachten en de ernst van de bloedarmoede.   

Bloeddrukmeting

Bloeddrukmeting

Een te hoge bloeddruk kan veroorzaakt worden door het niet goed functioneren van de nieren, door een te hard werkende schildklier of in zeldzame gevallen een bijniertumor. Het kan ook zijn dat er geen oorzaak voor de te hoge bloeddruk te vinden is.

De bloeddruk van uw kat meten we bij voorkeur met u erbij, omdat een dier dan over het algemeen wat rustiger blijft en de bloeddruk niet onnodig stijgt. De bloeddruk wordt gemeten met een zogenaamd Doppler apparaat. We scheren een klein stukje van de vacht van de pols weg, zodat we met de Doppler een bloedvat kunnen lokaliseren. Vervolgens krijgt uw huisdier een manchet om de voorpoot, die opgepompt wordt. Op deze manier kunnen we de bovendruk meten. De onderdruk kunnen we met deze methode niet bepalen, maar deze is ook niet zo van belang bij huisdieren.

Een normale gemiddelde waarde van de bloeddruk  is 120-140 mmHg. Als de bovendruk te hoog is, boven 170-180 mmHg op tafel gemeten, dan gaan we op zoek naar een eventuele oorzaak van de hoge bloeddruk. Hiervoor is vaak aanvullend bloedonderzoek en/of een echo nodig.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek kan worden uitgevoerd om een beter beeld te krijgen van het functioneren van de verschillende organen in het lichaam van uw huisdier. Als uw dier ziek is en de dierenarts besluit bloed af te nemen, gebeurt dat meestal al tijdens de afspraak in de behandelkamer. Het bloed wordt afgenomen uit de halsader van uw huisdier. Daarvoor wordt een klein stukje van de vacht in de hals weggeschoren, om het bloedvat goed zichtbaar te maken. Een enkele keer laat een dier niet toe dat we uit de hals prikken. Dan zal de bloedafname uit een van de voorpoten plaatsvinden.

Bloedonderzoek voorafgaande aan de narcose

Een bloedonderzoek voorafgaande aan de narcose wordt door ons aanbevolen, maar wordt alleen uitgevoerd op uw verzoek. Helaas kan een kat die gezond lijkt symptomen van een ziekte of afwijkingen verbergen. We zouden graag van tevoren een bloedonderzoek (pre-anesthetisch) doen naar onder andere de lever- en nierfunctie. Narcosemiddelen worden namelijk door deze organen omgezet of uitgescheiden. Op deze manier kunnen we de anesthesiegerelateerde problemen minimaliseren. De bloedwaarden zijn tevens een belangrijk referentiepunt voor mogelijke bloedonderzoeken in de toekomst. Mochten we afwijkingen vinden, kunnen we daar de narcose op aanpassen. In een enkel geval raden we een narcose helemaal af.

Het bloed kunnen we voor een groot deel zelf onderzoeken in ons laboratorium, met als voordeel dat we de uitslag snel hebben. Soms is het nodig om aanvullende waardes te laten bepalen door een extern laboratorium. De dierenarts zal u hierover informeren.

Uitslagen lezen en begrijpen:

We vertellen u graag meer over de verschillende uitslagen.

Bloedonderzoek resultaten

Bloedonderzoek resultaten

Wanneer er bij uw huisdier bloedonderzoek is gedaan komen hier resultaten uit niet niet altijd even makkelijk te begrijpen zijn. We geven u graag meer inzicht:

Glucose/suiker

Een te veel aan glucose (suikerziekte?) in het bloed kan worden veroorzaakt doordat insuline (hormoon) de bloedsuikerspiegel niet meer kan controleren. Ook wanneer we glucose in de urine aantreffen willen we de glucose spiegel in het bloed meten.

Frucotosamine's

Wanneer de suikerspiegel in het bloed te hoog is meten we ook de fructosamines ('lange termijn'-suikers). Deze geven het suikerniveau aan over een periode van 3-4 weken.Hiermee kunnen we deze een tegen glucose spiegel door stress in de behandelkamer uitsluiten of bevestigen.


Een verhoogde fructosamine spiegel in het bloed samen met een verhoogde glucose spiegel is een aanwijzingen voor suikerziekte bij de kat.

Ureum

Ureum is afkomstig uit de afbraak van eiwitten. Net als creatine wordt het uitgescheiden door de nieren.
De ureum-spiegel kan ons meer vertellen over de nier- & leverfunctie, maar ook of de mate van uitdroging van de patiënt.

Creatinine

Creatinine is een afbraakproduct van de spieren en komt direct in het bloed terecht. De creatinine-spiegel in het bloed is normaal gesproken stabiel, omdat het continu wordt uitgescheiden door de nieren. Wanneer de nierfunctie voor 75% verloren (nierfalen) is gegaan, gaat de creatinine-spiegel in het bloed ook stijgen. Dat is dus pas in een laat stadium. Gelukkig kunnen we met behulp van de SDMA-bepaling eventuele nierschade in een vroeger staduim


Te hoge ureum en creatinine waarde bij de kat, dit kan duiden op acuut of chronisch nierfalen.
DierGezondheidsCentrum Hilversum adviseert verder bloed en urine onderzoek.

SDMA

Ook een te hoge SDMA-spiegel kan net als een te hoge creatine-waarde wijzen op nierfalen. De SDMA is een betrouwbaardere biomarker voor de nierfunctie dan de creatinine omdat deze in een eerder stadium afname van de nierfunctie diagnosticeert en niet beinvloed wordt door de spiermassa. SDMA stijgt zowel bij acute en actieve nierschade als bij chronische nierziekte. Er dient een compleet urineonderzoek te worden uitgevoerd.

Leverwaarde(s)

Bij een verhoging van de leverwaarde(s) letten we vooral op de hoogte van de waardes. Vaak is een verhoging van minimaal 2x de normaalwaarde pas van betekenis. We adviseren dan ook de galzuren te meten.
Verhogingen kunnen duiden op ontstekingen en soms zelfs tumoren, verder onderzoek (bloed of echo) is dan aan te raden.

Galzuren

Bij afwijkende leverwaardes willen we graag de galzuren kunnen bepalen om de ernst van het leverprobleem vast te stellen.

Zouten (kalium, natrium en chloor)

De zouten worden door allerlei andere processen in het lichaam beinvloed. Bij het toedienen van infusen is het ook erg belangrijk inzicht te hebben in de zouthuishouding.

Calcium

Calcium is een mineraal en vervuld functies in het skelet, zenuwstelsel en heeft te maken met de bloedstolling.
Soms kan een te hoge calcium spiegel een aanwijzing zijn voor een tumor.

Schildklier

Bij de kat komt eigenlijk maar 1 aandoening aan de schildklier voor en dat is een te snel werkende schildklier, oftewel hyperthyreoïd. We meten dan een teveel aan schildklier hormoon.

Alvleesklier

Wat we meten is de fPLI (feline Pancreas Lipase Immunoreactivity) in het bloed. De test is betrouwbaar om pancreatitis te diagnosticeren maar ook om het uit te sluiten.

Eiwitten

We meten hierbij het totaal aantal eiwitten in het bloed, de albumine fractie en de gammaglobulines.
Eiwitten kunnen ons uiteenlopende informatie geven, zoals over: bloedverlies, uitdroging, onstekingen en nog veel meer.

Rode en witte bloedlichaampjes

Rode bloedcellen zijn onder andere verantwoordelijk voor zuurstof transport, inzicht in deze cellen is dan ook letterlijk van levensbelang. De witte bloedcellen (leucocyten) zijn betrokken bij de afweer, de verschillende soorten witte bloedcellen kunnen ons meer vertellen over de verschillende vormen van infecties die het lichaam doormaakt.

Indien u vragen heeft over bovenstaande bloedbepalingen bent u welkom om contact met ons op te nemen.

Braken

Braken

Er zal altijd onderscheid gemaakt moeten worden tussen werkelijk, actief braken of het ‘zomaar’ voedsel uit de keel/bek opgeven (regurgiteren). De dierenarts zal u daarom vaak een aantal vragen stellen. Als blijkt dat er inderdaad sprake is van braken, kan dat passen bij veel verschillende ziekten.

In grote lijnen moeten de volgende aandoeningen worden onderscheiden:

Als het een voorheen gezonde, volwassen kat betreft en er worden bij lichamelijk onderzoek geen bijzonderheden gevonden, zal de dierenarts in eerste instantie uitgaan van een voedingsgerelateerde oorzaak, een infectie met een virus of een parasitaire/bacteriële oorzaak. Mogelijk spelen haarballen een rol.

In onderstaande gevallen zijn in de voorgeschiedenis, de leeftijd van de kat of bij lichamelijk onderzoek vaak wel aanwijzingen te vinden. Regelmatig is hierbij aanvullend onderzoek nodig in de vorm van bloedonderzoek of een echo. Braken door:

1. Prikkeling van een gebied in de hersenen

  • Door gifstoffen
  • Door evenwichtsstoornissen
  • Door een ontsteking of tumor

2. Prikkeling van de keel

  • Door een vreemd voorwerp
  • Door ontsteking of tumor

3. Probleem in de maag

  • Vreemd voorwerp
  • Ontsteking of tumor

4. Probleem in de darmen

  • Vreemd voorwerp
  • Ontsteking of tumor
  • Ernstige verstopping (obstipatie)

5. Aandoening van een van de andere organen

Buitenland

Mag ik mijn kat meenemen naar het buitenland?

U kunt uw kat meenemen naar het buitenland, maar wij raden het niet aan. Neemt u uw huisdier toch mee, dan moet u voldoen aan een aantal regels en rekening houden met een aantal risico’s. Afgezien van de behandeling van parasieten, zijn onderstaande maatregelen verplicht.

Reisvoorschriften

Identificatie

  • U moet in het bezit zijn van een Europees paspoort voor gezelschapsdieren, waarin is bijgehouden welke vaccinaties en behandelingen uw dier heeft gehad;
  • U moet over een zeer recente gezondheidsverklaring van uw huisdier beschikken;
  • Uw huisdier moet geïdentificeerd kunnen worden via een chip of tatoeage.

Rabiës

  • Uw huisdier moet gevaccineerd zijn tegen rabiës (hondsdolheid). Deze vaccinatie moet minstens drie weken voor vertrek gegeven worden en mag bij vertrek niet ouder zijn dan een jaar. Sommige landen willen zelfs dat u door middel van een bloedtestuitslag kunt aantonen dat uw huisdier geënt is tegen rabiës.

Parasieten

  • Daarnaast zijn er in het buitenland allerlei beestjes en ziektes, die hier in Nederland niet voorkomen, maar waar een onbeschermd huisdier wel last van kan krijgen. Vraag ons daarom hoe u uw huisdier het beste kunt beschermen tegen de dieren die deze parasieten verspreiden, zoals hartwormmuggen, zandvliegen, teken en vlooien.

Let op: de wetgeving voor het reizen met huisdieren verandert voortdurend en verschilt per land. Het nemen van sommige maatregelen neemt veel tijd in beslag, soms wel meer dan zes maanden. Vraag ons daarom om een advies op maat.

Link: ambassade.pagina.nl

Wat mee te nemen?

Checklist

  • Verplichte reisdocumenten (Europees dierenpaspoort, rabiësverklaring en een eventuele gezondheidsverklaring)
  • Benodigde vaccinaties
  • Halsbandje met uw vakantieadres of telefoonnummer
  • Middel tegen vlooien en teken
  • Tekenpincet
  • Middel tegen (hart)wormen
  • Eventueel middel tegen reisziekte
  • Goede transportkooi
  • Vers drinkwater voor onderweg
  • Het eigen (dieet)voer van uw huisdier. Plotseling van voer wisselen, kan maagdarmklachten veroorzaken
  • Eet- en drinkbakken
  • Voor honden een mand en/of deken en voor katten een kattenbak en strooisel
  • Hondenpoepschepje en – zakjes
  • Borstel, shampoo en andere verzorgingsproducten
  • Eventueel een muilkorf, een extra riem en speeltjes.
  • Eventuele medicijnen van uw huisdier

Castratie kater

Castratie kater

Bij ons Evi dierenartsen is de castratie van een kater een dagopname. De castratie zelf neemt niet veel tijd inbeslag en na het uitslapen van de ingreep mag uw kater al snel weer naar huis.

'Wij onderscheiden ons ten opzichte van andere praktijken. Het plaatsen van een waakbraunule, het geven van zuurstof en een extra pijnstiller is helaas niet overal normaal'

Hieronder staat stapsgewijs beschreven, hoe de ingreep in zijn werk gaat en wat er allemaal bij komt kijken.

  • Uw kater wordt binnengeroepen door een van onze paraveterinairen, die hem weegt en een pijnstillende injectie geeft
  • Hij gaat naar zijn hokje in de opname, waar hij zal verblijven tot de dierenarts komt
  • De dierenarts onderzoekt de kater voor de narcose
  • De kater krijgt een injectie met narcosemiddel, krijgt een waakbraunule en wordt weer in zijn hokje gelegd om rustig in slaap te vallen
  • Als hij goed slaapt, wordt hij op tafel gelegd, krijgt een kapje met zuurstof voor zijn neus en nog een tweede pijnstillende injectie
  • Ten tijden van de operatie wordt uw kater op temperatuur gehouden door warmte matjes en de narcose wordt gecontroleerd door de paraveterinair

'Laat u van te voren goed informeren, geen dierenarts(praktijk) is hetzelfde'

  • Het operatiegebied wordt voorbereid door de haren van de balzak te verwijderen en de huid goed te ontsmetten
  • De castratie wordt uitgevoerd door middel van 1 sneetje in het midden van de balzak, waardoor beide testikels verwijderd worden
  • Na de ingreep krijgt de kater nog een prikje in zijn rugspier, nu met een middel om weer wakker te worden
  • Hij wordt meteen ook getemperatuurd en indien nodig krijgt hij een warmtematje en/of lamp in zijn uitslaaphokje
  • De kater mag rustig uitslapen in de opname. Tijdens het uitslapen wordt hij regelmatig gecontroleerd op ademhaling, pols en temperatuur en wordt de operatiewond gechecked
  • Als hij goed wakker is, kunt u hem weer komen ophalen!
  • U krijgt specifieke nazorginstructies en nog pijnmedicatie mee voor thuis

De kosten voor de castratie kater vindt u terug in onze tarievenlijst.

Zijn u vragen over de castratie kater hiermee niet beantwoordt? Neem dan telefonisch contact met ons op of stuur een e-mail . Wij geven u graag antwoord op uw vragen over de castratie kater.

Chippen

Chippen kat

U moet er niet aan denken, maar u kunt uw kat(ten) natuurlijk een keer kwijtraken. Het is daarom verstandig uw huisdier van een chip te voorzien. Het is nog niet verplicht, maar in de toekomst vermoedelijk wel. U kunt dan, als uw kat gevonden wordt, snel met uw geliefde huisgenoot worden herenigd.

De voordelen van een chip op een rij:

  • Als uw kat gevonden wordt, bent u als eigenaar snel en gemakkelijk te achterhalen. Het chipnummer is namelijk gekoppeld aan uw gegevens;
  • Een chip is fraudebestendig: verwijderen is moeilijk en het registratienummer kan niet worden gewijzigd;
  • Uw kat kan de chip bijna niet verliezen;
  • Uw kat voelt de chip niet;
  • Een chip is niet ontsierend: hij zit immers onder de huid;
  • Ook jonge dieren kunnen worden gechipt;
  • Een chip is verplicht als u met uw huisdier naar het buitenland wilt reizen;
  • Een chip gaat een dierenleven lang mee;
  • De kosten voor het chippen van uw kat vind u in onze tarieven overzicht. Deze kosten worden echter grotendeels vergoed als u uw dier verzekert voor ziektekosten. U kunt de rekening direct door laten sturen naar de verzekeraar.

Hoe werkt het?

De chip is een klein, rond buisje, net iets groter dan een rijstkorrel. De chip wordt met een steriele naald onder de huid van uw kat aangebracht, vaak tussen de schouderbladen. De ingreep is te vergelijken met een eenvoudige injectie, uw kat hoeft dus niet verdoofd te worden.

Als de chip is ingebracht, worden uw gegevens gekoppeld aan het chipnummer van uw kat. Door de chip uit te lezen met een speciale reader, kan dit nummer achterhaald worden. Zo wordt snel duidelijk wie het baasje is van de gevonden kat!

Is uw kat nog niet gechipt? Belt u dan voor een afspraak of boek hem direct online.

Coronavirus

Coronavirus

In april/mei 2020 zijn er dieren positief getest op COVID-19.
Enkele katten en katachtigen zijn positief getest en er zijn bij enkele katten antistoffen gevonden tegen COVID-19, wat betekent dat ze besmet zijn geraakt met het virus. Voornamelijk jonge katten kunnen (milde) luchtwegklachten krijgen, maar geen van de dieren vertoonden ernstige ziekte-klachten. Ook zijn enkele honden positief getest.
Daarnaast zijn er eind april bij twee nertsenbedrijven in Brabant nertsen met COVID-19 gevonden. Deze nertsen zijn besmet geraakt door dierverzorgers met corona-verschijnselen.

Kan ik corona krijgen van mijn kat?

COVID-19 infecties bij dieren lijkt op dit moment vanuit de menselijke populatie te komen.
De verspreiding van kat naar kat is alleen nog in experimenteel onderzoek aangetoond en speelt een verwaarloosbare rol.
Tot op heden zijn er geen infecties gezien die van dieren naar mensen overgedragen zijn, maar dit wordt verder onderzocht.
De verspreiding van dier naar mens lijkt een verwaarloosbaar kleine rol in te nemen in de ziekteverspreiding. Echter; voor de zekerheid en voor uw diergezondheid is het belangrijk om, indien u zelf klachten van COVID-19 vertoont, contact met uw huisdier zoveel mogelijk te vermijden, uw kat binnen te houden en uw handen zeer regelmatig te wassen.
Uw hond mag uitgelaten worden door iemand zonder klachten, hierbij blijft een goede hygiëne erg belangrijk.
Omdat we te maken hebben met een nieuw virus kan deze berichtgeving veranderen over de tijd.

Aanvullende informatie vindt u op de website van het RIVM.

Laatste update 13/10/2020

Diarree

Diarree

Diarree kan vele verschillende oorzaken hebben. Hieronder zijn er een aantal opgenoemd. Op basis van uw verhaal en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek kan de dierenarts een inschatting maken, wat in het geval van uw kat het meest waarschijnlijk is. Soms zijn aanvullende onderzoeken nodig, zoals ontlastingonderzoek of bloedonderzoek.

Mogelijke oorzaken van diarree bij de kat

Virus

  • Een eenvoudige ‘buikgriep’ veroorzaakt door een Rota- of Coronavirus kan bij alle katten voorkomen, hoewel jonge katten er gevoeliger voor zullen zijn omdat hun weerstand nog minder goed ontwikkeld is.

  • Kattenziekte (= panleucopenie, een Parvovirus) veroorzaakt zeer ernstige, snel verlopende diarree. Tegen deze dodelijke ziekte wordt uw kat gevaccineerd en gelukkig komt het daardoor nog maar weinig voor in Nederland.

Dieet invloeden

  • De kat verdraagt bepaalde voeding niet. Dit wordt ook wel voedselintollerantie genoemd.
  • Uw bent gewisseld van voer en het darmstelsel van de kat moet hier nog aan wennen. Daardoor verloopt de vertering niet optimaal en kan diarree ontstaan. Met name bij kittens kan dit het geval zijn.
  • Uw kat heeft iets gegeten dat rauw of bedorven was en daardoor is het milieu in de darmen verstoord. Bacteriën die hier vaak bij betrokken zijn: Salmonella en Campylobacter. Dit kan uw kat bijvoorbeeld oplopen door het eten van rauwe kip.

Parasieten

  • Bij de kat komen regelmatig spoelwormen, haakwormen of lintwormen voor. Zeker als het dier buiten komt en prooien vangt. Het is dus van belang uw dier regelmatig te ontwormen om diarreeklachten hierdoor te voorkomen.
  • Giardia, een eencellig organisme (protozoa) wordt ook regelmatig gezien als verwekker bij diarree. Dit speelt voornamelijk een rol bij katten die in groepen gehuisvest worden, zoals in een cattery of pension.
  • Tritrichomonas, ook een protozoa, wordt een enkele keer gevonden als oorzaak voor diarree bij de kat. Dit organisme komt met name voor bij raskatten uit catteries.

Ontsteking:

  • Bij volwassen en oudere katten zien we soms problemen met het afweersysteem in de darmen. Hierdoor ontstaat dan een chronische ontsteking, die ook wel Inflammatory Bowel Disease (IBD) genoemd wordt.

Tumoren:

  • Bij oude katten komen regelmatig tumoren van de darmwand voor. Vooral maligne lymfoom wordt vrij regelmatig gezien.

Aandoening van ander orgaan:

  • Een te snel werkende schildklier (hyperthyreoidie) kan ook diarree veroorzaken. Dit is een aandoening die alleen bij oudere katten voorkomt en regelmatig wordt gezien.
  • Aantasting van de alvleesklier, waardoor er een tekort aan verteringsenzymen ontstaat (Exocriende Pancreas Insufficiente = EPI). Deze aandoening is zeldzamer bij katten.

Dracht en bevalling

Dracht & bevalling

Voor de geboorte

  • Vaccineer (katten- en niesziekte) de moederpoes vóór de dekking zodat zij een goede bescherming tegen niesziekte en kattenziekte aan de kittens kan doorgeven. Deze bescherming geeft de moederpoes namelijk tijdens de dracht en via de moedermelk door aan de kittens. De vaccinatie mag niet in de eerste helft van de dracht worden gegeven.
  • In de 2e helft van de dracht is de groei van de ongeboren kittens het grootst. De poes heeft dan behoefte aan hoogwaardig voer. Daarom is het verstandig om vanaf de 4e-5e week van de dracht kittenvoer aan de drachtige poes te geven. De overschakeling van het normale- naar dit energierijke voer dient geleidelijk te gebeuren om diarree klachten te voorkomen. Trek ongeveer 1 week uit voor deze omschakeling. Ook als de kittens geboren zijn, kan de poes als zij veel melk moet produceren, kittenvoer krijgen. De kittens kunnen er ook van mee eten.
  • Het kittenvoer kan onbeperkt gegeven worden. Dat wil zeggen dat er de hele dag voer voor de poes moet staan.
  • Maak een werpkist/doos, zet deze op een afgeschutte, rustige plaats.
  • Een poes is gemiddeld 64 dagen drachtig
  • Wilt u weten hoeveel kittens er te verwachten zijn, dan is er een mogelijkheid om vanaf week 6 van de dracht een röntgenfoto te maken. Een echo om te kijken óf een dier drachtig is (maar niet voor de hoeveelheid kittens) kan eerder gemaakt worden, namelijk vanaf 5 weken.
  • Het kan geruststellend zijn om te weten hoeveel kittens je kan verwachten tijdens de bevalling.

Tijdens de geboorte

 

  • Een poes mag niet uren achter elkaar blijven persen zonder dat er een kitten geboren wordt. Neem na 2-3 uur persen contact met ons op voor advies.
  • Tussen de geboorte van de kittens mag best een paar uur zitten, zolang de moeder maar rustig is en niet continue ligt te persen.
  • Als de moederpoes de vruchtvliezen niet weglikt van de kop van het kitten, maak dan met een doekje (bijv. washandje) de kop vrij, het bekje schoon van slijm, maak hiervoor het bekje open.
  • Als moederpoes het kitten niet drooglikt: droog het kitten af.
  • Als het kitten geboren is en de navelstreng zit er nog aan:
  • navelstreng op 2 cm van de buik afbinden met bijv. garen, knip daarna de rest van de navelstreng en de nageboorte weg.

Na de geboorte

 

  • Controleer of de kittens drinken en of ze in de komende dagen groeien, d.m.v. wegen, houdt de gewichten dagelijks bij. Indien ze niet voldoende binnen krijgen en ze groeien niet goed, is het aan te raden te gaan bijvoeren met kittenmelk. Neem in deze situatie contact met ons op.
  • Kittens moeten de eerste weken 10-15 gram per dag groeien.
  • Na 4 weken kun je de kittens gaan bijvoeren, met blikvoer dun gemaakt of gewelde brokken.
  • Ontworm de kittens en de moederpoes op 4-6-8 weken, daarna iedere twee maanden tot een half jaar leeftijd, en daarna 3-4x per jaar.
  • Laat de kittens op een leeftijd van 9 en 12 weken vaccineren tegen kattenziekte en niesziekte.

Drinken veel

Mijn kat drinkt te veel

De klacht van veel drinken en daardoor vaak ook veel plassen, kan onder andere bij de volgende aandoeningen voorkomen:

Om er achter te komen of uw huisdier inderdaad te veel drinkt en te veel plast is het maken van een drinklijst van belang. Tevens zal uw dierenarts naast lichamelijk onderzoek ook urineonderzoek willen doen. In de urine kunnen aanwijzingen gevonden worden voor de oorzaak van de klacht.

Na dit urineonderzoek volgt in de meeste gevallen ook een bloedonderzoek.

Eikenprocessierups

Eikenprocessierups

Let op! We zien nu vrijwel elkaar weer eikenprocessierupsen. Deze rupsen vormen een risico voor de gezondheid van zowel mensen als dieren. De meeste overlast wordt gezien in de maanden juni tot september.

Deze rupsen hebben loszittende haartjes die voor veel verschillende klachten kunnen zorgen, waaronder:

  • Zwelling, met name van de kopregio
  • Kwijlen
  • Benauwdheid
  • Braken
  • In extreme gevallen kan dit ook leiden tot shock

Het is daarom belangrijk om uw huisdieren goed in de gaten te houden en bij vermoeden van contact met deze rupsen of de haartjes ervan meteen contact op te nemen met de dierenartspraktijk.
Begin wel alvast met het spoelen van de mond en/of andere aangetaste regio’s.
Preventie is altijd beter dan genezen, dus vermijd gebieden waar de rups gesignaleerd is en meld het aan de gemeente als u deze rupsen zelf ergens ziet.

Bij vragen of meer informatie is het altijd mogelijk om onze praktijk(en) hiervoor te benaderen.

Gebit

Gebit

Elk dier gebruikt zijn gebit om mee te eten. Het gebit van de kat is bij uitstek geschikt om prooien te vangen en vlees te kauwen. Net als mensen wisselen jonge dieren van een melkgebit naar een volwassen gebit. Bij katten gebeurt dit vanaf ongeveer 12 weken leeftijd. Als ze ongeveer een half jaar oud zijn, hebben ze alle gebitselementen gewisseld. Soms is de stand van de elementen afwijkend. Dit wordt vooral gezien bij dieren met een korte schedel, zoals Persen. Deze dieren hebben ook vaak een onderbeet, oftewel de onderste snijtanden sluiten voor de bovenste snijtanden langs.

Melkgebit kat:

26 elementen: boven 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 kiezen / onder: 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 kiezen.        

Blijvend gebit:

30 elementen: boven 6 snijtanden, 2 hoektanden, 8 kiezen / onder: 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 kiezen.

Bijna alle dieren ontwikkelen gedurende hun leven wel een keer problemen aan het gebit. Als uw dier regelmatig bij de dierenarts komt voor gezondheidscontrole, zullen deze problemen in een vroeg stadium worden ontdekt. De dierenarts voert namelijk altijd een bekinspectie uit tijdens deze controle, waarbij controle van het gebit een belangrijk onderdeel is. Andere mogelijkheden voor het opmerken van een probleem aan het gebit zijn wanneer uw kat:

  • Niet meer wil eten
  • Zichtbaar moeite of pijn heeft bij het eten
  • Uit de bek stinkt
  • Thuis afwijkingen in de bek laat zien, zoals een afgebroken tand, tandsteen, bulten in de bek, bloed uit de bek of losse tanden 

Ook dan is het raadzaam om alsnog naar de dierenarts te gaan voor een gebitscontrole.

Heeft in interesse in een gezondheidscontrole waarbij we het gebitje uitgebreid bekijken, neem dan gerust contact met ons op?

Gebitsbehandeling

Gebitsbehandeling bij katten

Deze behandeling vindt onder narcose plaats en er is speciale apparatuur voor nodig. Tijdens de gehele behandeling wordt de temperatuur, ademhaling en hartfunctie bewaakt. Uw kat krijgt een buisje in de luchtpijp zodat wij kunnen beademen en continu extra zuurstof kunnen geven. Ook wordt er een infuus in het pootje geplaatst waardoor wij in staat zijn extra vocht en medicatie toe te dienen.

Gebitsreiniging fase 1

Na het spoelen van de bek met een antibacteriële oplossing, inspecteert een speciaal hiervoor opgeleide paraveterinair de tanden en kiezen en begint met het verwijderen van het tandsteen. Dit gebeurt met speciale krabbertjes en tangetjes. Samen met de dierenarts beoordeelt zij de conditie van het tandvlees en de elementen. Dit gebeurt o.a. met een sonde waarmee de aanhechting van het tandvlees met de kies wordt beoordeeld. Ook kan het zijn dat er kiezen los zitten of dat er bijvoorbeeld tandhalsbeschadigingen zichtbaar zijn.

Bij sommige dieren is het alleen noodzakelijk om tandsteen te verwijderen en blijken de elementen verder in prima conditie te zijn. Dan wordt de hieronder beschreven fase 2 van de behandeling overgeslagen en direct overgegaan naar fase 3.

Rontgenfoto's van de kiezen worden gemaakt om te kijken of kiezen en hun wortels getrokken moeten worden of niet.

Gebitsreiniging fase 2

Van alle afwijkende kiezen en tanden worden dentale röntgenfoto’s gemaakt. De wortel van een tand of kies is vaak langer dan het deel dat zichtbaar is. Voordat we besluiten dat een tand of kies getrokken moet worden, is het noodzakelijk dat we weten hoe deze in de kaak geplaatst zit en of de wortel goed te verwijderen is. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de wortel al geresorbeerd is en deze niet verwijderd hoeft te worden. Na het nemen van de foto’s worden de aangetaste of loszittende elementen verwijderd uit het gebit. Hierbij worden vaak hechtingen geplaatst in het tandvlees, omdat het flink kan bloeden.

Gebitsreiniging fase 3

Als al het tandsteen van de tanden en kiezen is verwijderd en losse of aangetaste elementen zijn getrokken, worden de overgebleven tanden en kiezen door de paraveterinair goed glad gepolijst. Dit wordt gedaan met behulp van een speciale pasta. Daarna wordt de bek van uw kat nog een keer nagespoeld met antibacteriële vloeistof en ziet alles er weer schoon en fris uit!

Uw kat mag uiteraard rustig uitslapen in onze opname na deze ingreep. U wordt door ons gebeld na de behandeling om het verloop te bespreken en een tijdstip te bepalen waarop u de kat weer komt ophalen.
U krijgt specifieke nazorginstructies voor na de narcose en gebitsverzorgende instructies.

Gebitsproblemen

Gebitsproblemen katten

70% van de katten kan vanaf hun 2e levensjaar tandaandoeningen vertonen. Helaas kunnen gebitsproblemen leiden tot aandoeningen van hart, lever en nieren. Tijdens bekinspectie bij uw kat kunnen gebitsproblemen worden vastgesteld.

De ziekten die we aan het gebit kennen zijn:

  • Ontsteking van het tandvlees (gingivitis)
  • Ontsteking van het tandvlees en andere zachte weefsels in de bek (gingivitis-stomatitis)
  • Tandplak en tandsteen
  • Ontstekingen in het kaakbot (paradontitis)
  • Losse kiezen en tanden
  • Afgebroken kiezen en tanden
  • Gaatjes in de kiezen (resorptielaesies)
  • Beschadigingen

Afhankelijk van welk soort gebitsproblemen er wordt vastgesteld bij uw kat, zal in overleg met de dierenarts die zich heeft toegelegd op gebitten een plan voor gebitsbehandeling worden opgesteld.

Welke behandeling er nodig is voor het gebit van uw kat zal afhangen van het gebitsprobleem dat is vastgesteld. U krijgt van de dierenarts in ieder geval informatie waarmee we u op de hoogte brengen van hoe een gebitsbehandeling in onze kliniek in zijn werk gaat. Daarnaast kunt u een kostenraming opgestuurd krijgen. Deze is gebaseerd op de gebitsafwijkingen die wij bij het wakkere dier hebben kunnen vaststellen en omvat de kosten van narcose, de behandeling tot en met de pijnstilling en een gratis controle na drie weken.

Over het algemeen bestaat een gebitsreiniging/behandeling uit verschillende fases.

Voor het uitvoeren van de gebitsbehandeling is het noodzakelijk dat uw huisdier onder narcose wordt gebracht. Omdat hier altijd een klein risico aan verbonden is, onderzoeken we uw dier opnieuw voordat we iets gaan doen. Bij oudere dieren willen we ook graag bloed afnemen om de functie van de nieren en lever te kunnen beoordelen. Alle dieren krijgen een narcose op maat, wat betekent dat een ouder dier een andere narcose krijgt dan een kat van 2 jaar. Ook houden we rekening met bijvoorbeeld een hartprobleem.

Gebitsverzorging

De 4 stappen naar een gezond gebit van uw kat

Verwaarloosde gebitsproblemen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Daarom is regelmatige controle van het gebit van uw huisdier belangrijk.

  1. Halfjaarlijkse gebitscontrole door uw dierenarts: Maak telefonisch een afspraak:
    030 – 2332 320. Elke werkdag tussen 9.00 en 19.00 uur bereikbaar.
    Indien nodig kan er een gebitsbehandeling worden ingepland.
  2. Speciale dieetvoeding voor uw kat: Sterke vermindering van de hoeveelheid tandplak, tandsteen en tandvleesontsteking.
  3. Tandenpoetsen bij de kat: De meest grondige manier van reinigen is een dagelijkse poetsbeurt. Gebruik hierbij een aangepaste tandenborstel en een speciale tandpasta met gevogeltesmaak. Deze tandpasta bevat enzymen waardoor de bacteriegroei in de mondholte wordt geremd. Handige tips om het tandenpoetsen bij kat aan te leren vindt u hieronder: Tandenpoetsen kat
  4. Vet Aquadent® door drinkwater van uw kat: Door het dagelijks drinken van deze oplossing wordt meerdere malen per dag het gebit automatisch verzorgd (ontsmettend, plakwerend, voorkomt tandsteen en verfrist de adem).

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over de gebitsverzorging van uw huisdier?
Neem dan gerust contact met ons op!

Gewicht

Is mijn kat te dik?

Net als bij mensen krijgt overgewicht bij huisdieren steeds meer de overhand. Recent onderzoek toont aan dat tot 50% van alle huisdieren te zwaar is, met alle risico’s van dien.

Waardoor wordt toename in gewicht veroorzaakt?

Gewichtstoename is meestal het resultaat van een toename in lichaamsvet. Dit wordt veroorzaakt door te veel eten vaak in combinatie met een gebrek aan beweging. Net als bij mensen slaat het lichaam van een hond of kat vet op als er meer calorieën worden opgenomen dan verbruikt. Hoe meer vet er opgeslagen wordt, hoe zwaarder het dier wordt. Andere factoren die een bijdrage kunnen leveren aan overgewicht zijn:

  • Leeftijd: oudere huisdieren zijn gewoonlijk minder actief en hebben dus minder calorieën nodig.
  • Castreren/steriliseren: doordat na castratie/sterilisatie de stofwisseling (metabolisme) verandert, hebben gecastreerde dieren minder calorieën nodig.

Wat de oorzaak van de gewichtstoename ook mag zijn, het is altijd raadzaam advies te vragen aan uw dierenarts.

Risico’s

Katten met overgewicht (tot 15% boven ideaal gewicht) of vetzucht (meer dan 15% boven ideaal gewicht) hebben een grotere kans op gezondheidsproblemen. Overgewicht verhoogt het risico op gewrichtsontsteking, bewegingsproblemen en suikerziekte. Bovendien is de levensverwachting van een hond of kat die te zwaar is gemiddeld twee jaar korter.

Doe de gewichtscontrole bij uw dierenarts

Ga eens langs bij uw dierenarts en doe de gewichtscontrole. Ook wanneer uw huisdier geen tekenen van overgewicht toont is het een goed idee om het gewicht regelmatig te laten controleren om er zeker van te zijn dat het ideale gewicht behouden wordt! Mocht er geconstateerd worden dat uw huisdier inderdaad moet afvallen, dan kunt u hierin begeleid worden door een van onze paraveterinairen, die ook voedingsconsulente is.

Giardia

Giardia

Giardia is een eencellige parasiet (een zogenaamde protozoa) die in de darmen  van verschillende zoogdieren (o.a hond en kat) voorkomt. Giardia is regelmatig de verwekker bij terugkerende diarree en speelt voornamelijk een rol bij jonge dieren en dieren met minder weerstand. De parasiet beschadigt de (dunne) darmwand en veroorzaakt een verstoring van de vertering en de opname van voedingsstoffen in de dunne darm, wat leidt tot maag/darmklachten. Besmetting met Giardia ontstaat door opname van eitjes (oocysten). Deze eitjes bevinden zich in uitwerpselen van besmette dieren. Een deel van de dieren is drager zonder zelf klachten te hebben, maar kunnen wel andere dieren besmetten.

Symptomen

Met name jonge dieren of dieren met een verminderde weerstand worden ziek van Giardia. Daarentegen kan een besmetting met Giardia ook symptoomloos verlopen. De volgende symptomen komen voor:

  • (terugkerende) Diarree
  • Slijm of bloed bij de ontlasting
  • Braken
  • Buikpijn
  • Evt. algemeen ziek en sloom
  • Evt. afvallen

Diagnose

De aanwezigheid van Giardia-antigenen bij uw kat kan oa worden getest op onze kliniek met een zogenaamde ELISA-test of SNAP test. Hiertoe dient u een vers ontlastingsmonster in te leveren.

Daarnaast kunnen we u ook vragen 3 dagen ontlasting op te vangen; dit sturen we dan op naar het lab voor een test naar Giardia-cysten in combinatie met andere parasieten.

Therapie

Met medicatie en hygiëne maatregelen is Giardia over het algemeen goed te behandelen. De behandeling van uw kat kan bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Een 2-malige 5-daagse kuur met fenbendazol met een tussentijd van 1 week
  • Om herbesmetting (via het likken van de anus) te voorkomen dient de achterhand van uw kat op dag 1,3 en 5 van de kuur gewassen te worden; daarnaast is reiniging en desinfectie van kleedjes, manden, vloeren, materialen e.d. ook erg belangrijk.
  • Alle dieren in het huis moeten behandeld worden
  • Ter bevordering van het herstel kan een speciaal dieet gegeven worden ter ondersteuning van het maagdarmkanaal.
  • In hardnekkige gevallen of wanneer een bijkomende bacteriële infectie wordt vermoed,  voegen we 5 dagen antibiotica toe aan de behandeling.
  • Let daarnaast ook op uw eigen hygiëne omdat mensen ook besmet kunnen raken met Giardia.

Mocht u vragen hebben over uw kat neem dan gerust contact met ons op!

Hart

Hart

Het hart van de kat is een spierpomp die onderverdeeld is in vier ruimten. Het lijkt veel op ons eigen hart wat functie en structuur betreft. Deze pomp kan bij de geboorte defecten vertonen. Ook kunnen katten op latere leeftijd problemen krijgen aan hun hart. De meest voorkomende hartziekte bij de kat is Hypertrofische CardioMyopathie (HCM), oftewel ‘ te dikke hartspier ziekte’.

Hartproblemen bij de kat zijn niet te vergelijken met hartproblemen bij de mens. Bij de mens beginnen problemen over het algemeen in de vaten die dichtslibben en een infarct veroorzaken. Katten krijgen gelukkig zelden een hartaanval, maar hebben wel weer andere problemen.

Hartfalen

Hartfalen

De meest voorkomende hartziekte bij de kat is Hypertrofische CardioMyopathie (afgekort HCM). Letterlijk vertaald betekent dit ‘te dikke hartspierziekte’. Deze aandoening kan worden aangetroffen bij alle katten, ongeacht de leeftijd en het ras. De ziekte is echter erfelijk en daarom komt deze bij sommige rassen en stamboomlijnen nog meer voor, wanneer er met een dier dat lijdt aan HCM gefokt is. Voorbeelden van rassen die meer aangedaan zijn, zijn de Maine Coon, de Britse korthaar en de Ragdoll.

Veranderingen aan het hart

Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linker hartkamer in dikte toegenomen.

Hierdoor kan deze hartkamer zich minder efficiënt vullen en wordt de inhoud kleiner, waardoor als het hart samentrekt er per pompslag minder bloed kan worden rond gepompt. Door deze veranderingen ontstaat er een hogere druk in de linker boezem en kan deze sterk vergroten. Al deze ontwikkelingen geven een verhoogde kans op bloedstolsels, die in de bloedbaan terecht komen (medische term: trombose). En ook kan er vocht ophopen in de longen en borstkas.

Symptomen hartfalen

De symptomen van HCM kunnen behoorlijk variëren en zijn vaak algemeen, zoals slechte eetlust, gewichtsverlies, sloomheid en versnelde ademhaling. Specifiekere verschijnselen zijn een hartruis en verlamming van de achterpoten, door bloedstolsels die daar in de bloedvaten vastlopen. In veel gevallen is het dus moeilijk om duidelijke verschijnselen te zien en wordt de ziekte pas in een laat en vaak vergevorderd stadium vastgesteld. In het uiterste geval wordt pas na een ‘plotselinge dood’ duidelijk, dat de kat een hartafwijking had.

Aanvullende onderzoeken

De enige betrouwbare methode voor het vaststellen van HCM is echografie. Tijdens een hartecho worden er metingen gedaan van de wanddikte en de grootte van de kamers. Daarnaast kan er vastgesteld worden of er een stolsel in het hart aanwezig is, of de kleppen goed functioneren en of de hartspier goed samenknijpt. De meest recente ontwikkeling is dat er voor bepaalde kattenrassen DNA-testen voor HCM zijn. Om de gevolgen van de HCM goed te kunnen beoordelen, zoals vocht in de longen en stuwing in de bloedsomloop, zijn röntgenfoto’s van de borstkas noodzakelijk.

Als de diagnose HCM is gesteld, is het belangrijk om vast te stellen of er geen andere ziekte verantwoordelijk is voor HCM. Zoals: een te snel werkende schildklier (bloedonderzoek T4) of een te hoge bloeddruk (bloeddrukmeting).

Huid

Huid van de kat

De huid vormt de barrière tussen het lichaam en de omgeving. Hij beschermt het lichaam van uw huisdier tegen invloeden van buitenaf, zoals stoten en krassen, maar ook tegen irriterende stoffen en ziekteverwekkers. Daarnaast is de huid het orgaan waarmee uw dier warmte, kou en pijn kan registeren en zijn omgeving mee kan ‘ voelen’.

Aandoeningen

Door deze beschermende functie heeft de huid het zwaar te verduren en er zijn dan ook veel verschillende aandoeningen van de huid. De meest voorkomende huidproblemen bij de kat zijn hieronder genoemd:

  • Allergie: voor vlooien/voedselbestanddelen/andere zaken in de omgeving
  • Bacteriële infectie: vaak door verwonding en regelmatig leidend tot abcesvorming
  • Parasieten: vlooien, teken en mijten, een enkele keer luizen
  • Schimmel: vooral bij langharige katten en katten uit een cattery
  • Tumoren: worden regelmatig gezien bij oudere katten

Een lastige, gecompliceerde aandoening is de allergie. Daarom zal deze wat uitgebreider behandeld worden op de website.

Huisdier

Kat Huisdier

Het is goed om even stil te staan bij de voor- en nadelen van het hebben van een kat als huisdier, voordat u er een of meerdere in huis haalt. Wij adviseren u daarom ook eerst de ‘huisdierenbijsluiter’ van het LICG te lezen.

Kitten een goede start geven

Kitten een goede start geven?

Beter voorkomen dan genezen?!

Lees op onze preventieve zorg pagina meer over het vaccineren, ontvlooien en ontwormen van uw kitten.

Longen

Longen

De longen zijn het orgaan voor het binnenhalen van zuurstof voor het lichaam en het uitscheiden van de afvalstof CO2. Het hart pompt zuurstofarm bloed naar de longen toe, waar het in de longblaasjes wordt voorzien van verse zuurstof. Tegelijkertijd verlaat de CO2 het lichaam in de uitgeademde lucht.  De longen bestaan uit een linker en een rechter helft, die op hun beurt weer zijn onderverdeeld in verschillende longkwabben.

Symptomen

Wanneer een dier een aandoening aan de longen heeft, wordt dat vaak pas in een later stadium opgemerkt. Dat komt doordat de longen een grote reserve capaciteit hebben. Klachten die opgemerkt worden wanneer een dier last heeft van de longen zijn: hoestenbenauwdheid en geluid maken bij het ademhalen. Benauwdheid bij een dier is te zien doordat de buik erg duidelijk meedoet met ademen (het dier ‘knijpt’  de adem uit de longen), de neusvleugels bij het ademen wijder open gaan staan of het dier met open bek ademt.

Naast longproblemen als gevolg van hartfalen, wordt bij de kat ook regelmatig astmatische bronchitis gezien. Daarnaast kunnen uiteraard net als in alle andere organen ook in de longen ontstekingen en tumoren voorkomen.

Maag-darmkanaal

Maag-darmkanaal

Functie

Alle dieren hebben voeding als ‘brandstof’ nodig om in leven te blijven.Voordat voedsel door het lichaam kan worden opgenomen, moet het eerst tot kleine deeltjes (voedingsstoffen) worden afgebroken. Dit proces heet de spijsvertering en vindt plaats in het maag-darmkanaal. Het begint al in de bek waar de voeding door het kauwen verkleind wordt. De echte spijsvertering begint vervolgens in de maag en gaat door in de dunne darm, waar de voedingsstoffen in het bloed worden opgenomen. De lever en alvleesklier produceren stoffen die de vertering mogelijk maken. In de dikke darm vindt weinig vertering meer plaats. Hier wordt met name water vanuit het darmkanaal heropgenomen in het lichaam, waardoor de darminhoud als het ware indikt. Dit is belangrijk voor het krijgen van een stevige ontlasting en houdt daarnaast het vochtgehalte van het lichaam op peil.

Symptomen

De meest voorkomende verschijnselen bij maag-darmaandoeningen zijn:

  • Braken
  • Diarree
  • Wisselende eetlust
  • Gewichtsverlies (ondanks goed eten)
  • Verandering van de hoeveelheid ontlasting
  • Vaker ontlasting
  • Persen bij de ontlasting
  • Bloed of slijm bij de ontlasting
  • Rommelende darmgeluiden

(Bron: Royal Canin consumentenfolder Gastro-intestinal)

Narcose

Narcose

Anesthesie op maat is erg belangrijk. Zo heeft een jonge kat een andere narcose nodig dan een oude kat. Ook dieren met lichamelijke afwijkingen, denk aan een hartprobleem of suikerziekte, hebben een aangepaste narcose nodig. Wij hebben zeer uitgebreide narcose mogelijkheden, zodat we uw dier altijd op de meest veilige manier onder narcose kunnen brengen.
Ook de monitoring tijdens de narcose is belangrijk. Gedurende de gehele narcose houden wij de hartfunctie, de ademhaling en de temperatuur van uw dier goed in de gaten, met behulp van daarvoor speciaal ontwikkelde apparaten.

Anesthesie omvat alles wat met narcose te maken heeft. Een narcose is altijd uit 3 elementen opgebouwd: slaap, spierverslapping en pijnstilling. Voor een goed herstel na een narcose en een pijnlijke ingreep is de pijnbestrijding van groot belang. Belangrijk is dat de pijn al wordt geremd voordat de ingreep begint. Ook is het van belang dat er verschillende pijnstillers gegeven worden. De pijnstillende injecties geven we indien mogelijk dus al vóór de operatie.

Voordat uw huisdier onder narcose gebracht wordt, onderzoekt de dierenarts uw kat en let daarbij extra op de hart- en longfunctie. Indien er bijvoorbeeld een hartruis wordt waargenomen, kan er geadviseerd worden eerst een echo te laten maken van het hart. Van (oudere) dieren met een hoger narcose risico, of op uw verzoek, nemen we van te voren bloed af om de lever- en nierfunctie te controleren. We kunnen dan eventueel een aangepaste narcose kiezen. Maar ook heel jonge dieren hebben als vanzelfsprekend extra aandacht en een aangepaste narcose nodig, omdat de hart-, long-, lever- en nierfunctie nog niet volledig ontwikkeld zijn.

Wat ons onderscheid

Vrijwel alle dieren krijgen tijdens de narcose een waakbraunule of een infuus in de bloedbaan. Een infuus ondersteunt de bloedsomloop en stimuleert de doorbloeding van de nieren. Ook kunnen we via de braunule snel ingrijpen als dat nodig is. Via het infuus krijgt uw huisdier behalve steriele infuusvloeistof soms ook de narcose middelen en/of pijnstillende injecties toegediend.

Bij de kat worden deze ook wel via een injectie in de rugspier toegediend. Na de injectie valt uw huisdier in slaap en wordt er een buisje in de keel tot net in de luchtpijp aangebracht. Via deze tube krijgt uw huisdier tijdens de operatie 100% zuurstof toegediend. Dit is heel belangrijk, omdat tijdens een narcose het zuurstoftransport naar alle weefsels benadeeld is. Via deze tube kan de dierenarts tijdens de operatie indien nodig ook extra narcosegas (isofluraan) geven. 

Omdat tijdens een narcose de oogleden niet knipperen worden de ogen gezalfd om uitdroging van het hoornvlies te voorkomen. De operatieassistente houdt de lichaamsfuncties van uw huisdier goed onder controle tijdens een narcose. De bewakingsapparatuur meet onder andere de lichaamstemperatuur, het zuurstofverzadigingspercentage in het bloed en de hoeveelheid uitgeademde koolstofdioxide in de uitademingslucht. Tevens loopt er bij alle patiënten tijdens de gehele narcose een ecg (bewaking hartritme) mee op de monitor.

Uw kat ligt tijdens de narcose op een elektrisch verwarmd kleedje, zodat afkoeling tijdens de narcose zoveel mogelijk beperkt wordt. Na een narcose verblijft uw huisdier de rest van de dag in onze opname. Indien nodig krijgt uw huisdier een warmtelamp, een elektrisch verwarmd kleedje en/of een kruik. Onder zorgvuldige toezicht van een assistente worden op een aantal vaste momenten belangrijke lichaamsfuncties van uw huisdier gecontroleerd en op het narcoseverslag genoteerd.

Wanneer u uw huisdier na de narcose naar huis mag, krijgt u nog een specifieke nazorginstructies voor thuis, zodat u thuis rustig kunt nalezen waar u op moet letten. Uw huisdier krijgt indien nodig ook pijnstillers mee naar huis.

Nierfalen

Nierfalen

De nieren hebben een aantal belangrijke functies in het lichaam. Ze zorgen voor het filteren en afvoeren van de afvalstoffen die in het lichaam ontstaan bij de stofwisseling. Ook spelen ze een grote rol bij de waterhuishouding van het lichaam: ze houden het bloedvolume en de bloeddruk op peil en regelen hoeveel vocht er dagelijks, in de vorm van urine, wordt uitgescheiden. Daarnaast produceren de nieren een aantal hormonen en regelen ze (samen met vitamine D en de mineralen calcium en fosfor) de botopbouw en -afbraak.

Nieraandoeningen

Nieraandoeningen komen relatief vaak voor bij katten. Hoewel ook jonge dieren last kunnen hebben van hun nieren, komen nierproblemen vooral voor bij oudere dieren. De aandoening verloopt meestal chronisch (is langdurig aanwezig), en progressief (de nieren gaan steeds minder goed werken). Volledig herstel is dan niet meer mogelijk. Wel kunnen de problemen lange tijd onder controle worden gehouden met behulp van een goede behandeling door uw dierenarts.

De nieren hebben een grote reservecapaciteit. Belangrijk is om te weten dat uw huisdier pas verschijnselen gaat vertonen, als 2/3 van de nierfunctie onherstelbaar verloren is. De klachten worden vooral veroorzaakt doordat de falende nieren de afvalstoffen (creatinine, ureum en SDMA) niet goed meer uit het bloed kunnen filteren, waardoor deze zich ophopen in het bloed.

Hoe herkent u een nierprobleem?

De meest voorkomende verschijnselen bij nierfalen zijn:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Uw dierenarts kan via een bloedonderzoek de nierfunctie controleren door de hoeveelheid afvalstoffen (ureum en creatinine) in het bloed te meten. Deze zijn verhoogd als de nieren niet goed meer werken. Verder is het van belang om urine-onderzoekbloedonderzoek (kalium,calcium en fosfaat) en bloeddrukmeting te verrichten. Bij afwijkingen hierin is een passende behandeling wenselijk. Een nieraandoening kan beter behandeld worden als deze in een vroeg stadium wordt ontdekt. Daarom is het aan te raden om bij oudere huisdieren regelmatig urine en evt. bloed te laten controleren. Dit kan bijvoorbeeld bij de jaarlijkse vaccinatie worden gedaan of bij onze Oudere Kattencheck.

Genezing van een nieraandoening is meestal niet mogelijk. Een juiste dieetvoeding kan wel de nierfunctie ondersteunen, de klachten helpen verminderen en de voortgang van de ziekte helpen vertragen. Daarnaast kunnen ook bepaalde medicijnen de nierfunctie ondersteunen en de klachten verminderen.

(Bron: Royal Canin Renal consumentenfolder)

Niet eten

Mijn kat wil niet eten

Als uw kat twee dagen niet eet, is dit een spoedgeval. Bij twijfel raden wij u aan direct te bellen (030 ‑ 233 23 20) voor het maken van een afspraak.

Mogelijke oorzaken voor het niet eten van uw kat:

Koorts: door een virale of bacteriele infectie. Ook een abces of andere ontstoken wonden kunnen koorts veroorzaken.

Misselijkheid: door een probleem in het maag-darm kanaal, zoals een virus (‘buikgriep’), ontsteking, vreemd voorwerp, maagzweer etc. Of door een probleem aan andere organen in de buik, bijvoorbeeld nierfalen of een te snel werkende schildklier. Zie hierover ook het symptoom braken.

Pijn: ergens in het lichaam. Dit kan pijn aan een pootje zijn door een ongeluk, maar ook pijn in de bek door verwonding, een zwelling of gebitsproblemen of pijn in de buik. Oudere katten kunnen door artrose ook chronische pijn hebben en daardoor minder tot niet meer willen eten.

Stress: als gevolg van algemeen ziek zijn. Uw kat voelt zich dusdanig niet lekker dat hij niet meer wil eten. Maar ook verhuizing, een nieuw huisdier of nieuw gezinslid kunnen oorzaken van stress zijn voor een kat en zorgen dat hij stopt met eten. Vaak zal het dan gepaard gaan met andere symptomen, zoals onzindelijkheid.

Heeft u nog een vraag of wilt u een afspraak maken? Neem contact op of bel 030 ‑ 233 23 20.

Ogen

Ogen

Functie

De ogen van de kat zijn gemaakt om zowel in daglicht als in het donker goed te kunnen zien. Ze zijn erg gevoelig voor licht. Dit licht komt binnen door de pupilopening en wordt via de ooglens op het netvlies geprojecteerd. Op het netvlies worden door dit licht speciale cellen geprikkeld, die een signaal naar de hersenen sturen en op deze manier ‘ziet’  de kat een beeld.

Oogziekten

Ogen zijn kwetsbare organen. Wanneer er een probleem aan de ogen optreedt bij uw huisdier, is het zaak daarom altijd snel een dierenarts te raadplegen. Ziekten aan de ogen kunnen namelijk snel ‘ ontsporen’, maar gelukkig heeft het oog ook een goed herstellend vermogen. Er zijn veel verschillende aandoeningen aan het oog. De meest voorkomende zijn:

  • Conjunctivitis: een ontsteking van de slijmvliezen rond het oog
  • Ulcus: een ulcus is een beschadiging van het hoornvlies, deze kan oppervlakkig of diep zijn

Andere aandoeningen die regelmatig gezien worden zijn:

  • Glaucoom: verhoging van de oogboldruk (oogboldruk meten noodzakelijk)
  • Netvliesloslating: door langdurig verhoogde bloeddruk (oudere kat) of ontsteking (uveïtis)
  • Uveïtis: een ontsteking binnenin het oog

Onrustig

Onrustig

Deze klacht kan onder andere in de volgende gevallen voorkomen:

  • Hyperthyreoïdie (te snel werkende schildklier)
  • Dementie
  • Als gevolg van jeukklachten (bv vlooien)
  • Pijn (in de buik)
  • Stress/angst

Ontlastingsonderzoek

Ontlastingsonderzoek

Als uw huisdier bijvoorbeeld diarree heeft, kan de dierenarts besluiten de ontlasting te onderzoeken. In ons laboratorium kunnen we de ontlasting onder de microscoop bekijken en zoeken naar wormeieren (zoals spoelwormen, haakwormen of lintwormen & hartwormen) en andere parasieten. Meestal zullen we de ontlasting echter opsturen naar een extern laboratorium, waar experts de ontlasting beter kunnen beoordelen.

Ontvlooien

Hoe vaak moet ik mijn kat ontvlooien?

Wanneer uw kat zich regelmatig begint te krabben en u kleine korreltjes (vlooienpoep) in de vacht vindt, dan heeft hij of zij mogelijk last van vlooien. Uw kat ontvlooien voorkomt veel ongemak en gezondheidsproblemen.

Het is eenvoudig om uw kat preventief te ontvlooien. We vertellen u graag meer over het hoe en waarom. Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Het team van Evi dierenartsen staat voor u klaar!

Waarom uw kat ontvlooien?

Vlooien zorgen voor jeuk en uw kat gaat veelvuldig krabben. Naast het feit dat de jeuk voor veel ongemak zorgt, kan het ook haaruitval, kaalheid, korstjes en huidontstekingen als gevolg hebben.

Omdat vlooien bloed zuigen kan dit - zeker bij kittens - tot bloedarmoede leiden. Een vlooienbesmetting is dan al snel levensbedreigend. Wanneer jonge dieren veelvuldig gebeten worden door vlooien dan kan dit op latere leeftijd bovendien een vlooienallergie opleveren. De beet van een enkele vlo is dan al voldoende voor een ongekende jeuk en alle gevolgen van dien.

Vlooien kunnen katten bovendien besmetten met de bacterie van de kattenkrabziekte. Deze is niet alleen besmettelijk voor katten, maar ook voor u. De kattenkrabziekte zorgt voor serieuze gezondheidsrisico’s.

Wist u dat vlooien de lintworm kunnen overdragen? Vergeet daarom uw kat ook niet te ontwormen!

Voorkomen is beter dan genezen. Preventief uw kat ontvlooien voorkomt veel ellende.

Hoe kunt u uw kat ontvlooien?

Er is een keur aan producten verkrijgbaar om uw kat te ontvlooien. Sommige producten pakken enkel de vlooien aan, andere producten zijn ook werkzaam tegen bijvoorbeeld teken, luizen en/of mijten. Veel van deze producten zijn in de vorm van een pipet. Deze pipetten bevatten en vloeistofje die u op de huid in de nek toedient.

Er zijn helaas veel middelen in omloop die onvoldoende werken. Voor veel van deze, vaak vrij verkrijgbare, producten is inmiddels resistentie opgebouwd. De producten die verkrijgbaar zijn in onze praktijken zijn bewezen effectief.

Het team van Evi dierenartsen adviseert u graag over welk product u het beste kunt gebruiken om uw kat te ontvlooien. Afhankelijk van onder meer het gewicht en de leeftijd van uw kat maken wij samen met u een keuze. Neem contact op met de praktijk en u kunt het product vaak nog dezelfde dag op komen ophalen.

Vlooien op uw kat gezien? Behandel de omgeving!

Het klimaat thuis is tegenwoordig vrij gelijkmatig. Een stabiele 20 graden in huis is het perfecte klimaat voor de vlo. Vlooien zijn daarom allang niet meer seizoensgebonden.

Slechts 5% van de vlooienpopulatie is een volwassen vlo en 95% bestaat uit eitjes, larven en poppen in de omgeving. Vlooien leggen gemiddeld zo’n 50 eitjes per dag. Wanneer u eenmaal vlooien in huis heeft, is het lastig om van ze af te komen.

Bovendien bevindt vaak slechts 5% van de vlooien op uw kat. De rest bevindt zich in uw huis. Uw kat preventief ontvlooien is de beste manier om een ware infestatie te voorkomen. Ziet u toch vlooien op uw kat? Behandel dan niet alleen uw kat, maar ook de omgeving. Anders blijft u kat zichzelf herbesmetten. In onze praktijk is er een goedwerkende omgevingsspray verkrijgbaar.

Een leven lang gezond met het Dier en Zorg Plan

Door uw kat preventieve zorg te bieden kunt u voorkomen dat uw huisdier ziek wordt. U beschermt uw dier tegen besmettelijke ziekten en houdt parasieten buiten de deur. Het Dier en Zorg Plan is een abonnement bij Evi dierenartsen. U betaalt een vast bedrag per maand en bespaart zo jaarlijks op uw vaste dierenartskosten. Onder andere vaccinaties, gezondheidscontroles en behandelingen tegen wormen, teken en vlooien vallen onder het Dier en Zorg Plan.

Gaat u ook voor een leven lang gezond?

Ontwormen

Hoe vaak moet ik mijn kat ontwormen?

Preventief uw kat ontwormen is ontzettend belangrijk voor de gezondheid van uw huisdier én uzelf. Of uw kat wormen heeft ziet u vaak pas wanneer de infectie ernstig is. U ziet dan bijvoorbeeld wormen in de ontlasting of u ziet in de buurt van de anus kleine stukjes van een worm hangen.

Wilt u weten hoe u uw kat het beste kunt ontwormen? Evi dierenartsen adviseert u graag!

Wanneer moet u uw kat ontwormen?

Al vanaf 2 weken leeftijd kan een kitten preventief ontwormd worden. Kittens hebben vaak enkel last van zogenaamde spoelwormen. Moederdieren kunt u het beste tegelijk met kittens ontwormen.

Volwassen katten kunnen last hebben van diverse wormen. Om ze te beschermen tegen spoelwormen, haakwormen, lintwormen of hartworm (komt in Zuid-Europa voor) is het verstandig om uw volwassen kat volgens een schema te ontwormen. Onderstaand ontwormingsschema voor katten is opgesteld volgens Europese richtlijnen (ESCAPP). Als u na één keer ontwormen (restanten van) wormen in de ontlasting ziet, is het verstandig de ontwormingskuur na drie weken te herhalen.

Ontworm uw kat in ieder geval ook een week voordat hij/zij voor de jaarlijkse vaccinatie komt. De vaccinatie werkt dan beter.

Ontwormingsadvies kat Evi dierenartsen. Advies op maat nodig? Neem contact met ons op.

Komt u kat niet buiten? Dan volstaat eens per 6 maanden ontwormen. Is uw kat echter een enthousiaste jager of voert uw vers vlees? Dan is de kans op wormen groter en adviseren wij u om eens per 2 maanden te ontwormen.

Waarom moet u uw kat ontwormen?

Ontwormen is een belangrijk onderdeel van de preventieve zorg voor uw kat. Katten die niet ontwormd worden lopen verschillende gezondheidsrisico’s. Worminfecties verlagen namelijk de weerstand van een dier, waardoor het meer vatbaar is voor andere ziekten. Kittens in het bijzonder kunnen een groeiachterstand oplopen en het kan het immuunsysteem aantasten.

Maar uw kat ontwormen doet u ook voor uw eigen gezondheid. Enkele wormen zijn besmettelijk voor mensen en leveren dus ook voor ons een gezondheidsrisico op.

Lees ook onze informatiepagina over wormen voor meer informatie over de verschillende soorten wormen.

Hoe kunt u uw kat ontwormen?

Er zijn verschillende producten om uw kat te ontwormen. Veel gebruikte producten zijn de Milbemax tablet en de Profender pipet. Deze werken tegen verschillende soorten wormen. Voor jonge kittens hebben we een ontwormingspasta in een tube, dit is makkelijker te doseren op het gewicht van de groeiende kleintjes. Alle producten worden gedoseerd op basis van gewicht. Het is dus belangrijk om het actuele gewicht te weten.

We helpen u graag bij de keuze voor het juiste ontwormingsproduct voor uw kat. Neem contact op met de praktijk voor een advies op maat.

Een leven lang gezond met het Dier en Zorg Plan

Door uw kat preventieve zorg te bieden kunt u voorkomen dat uw huisdier ziek wordt. U beschermt uw dier tegen besmettelijke ziekten en houdt parasieten buiten de deur. Het Dier en Zorg Plan is een abonnement bij Evi dierenartsen. U betaalt een vast bedrag per maand en bespaart zo jaarlijks op uw vaste dierenartskosten. Onder andere vaccinaties, gezondheidscontroles en behandelingen tegen wormen, teken en vlooien vallen onder het Dier en Zorg Plan.

Gaat u ook voor een leven lang gezond?

Oogboldrukmeting

Oogboldrukmeting

In onze kliniek aan de Oudenoord hebben wij een apparaatje, waarmee we de oogboldruk kunnen meten bij patiënten. Als uw dierenarts vermoedt dat de druk in het oog van uw kat te hoog is, zal dat met dit apparaat gemeten worden. In geval van een verhoogde oogboldruk kan dan snel een therapie ingesteld worden, zodat ernstige schade aan het oog hopelijk voorkomen wordt.

Hoe werkt de oogboldrukmeting?

Uw kat wordt op de behandeltafel gezet en zowel zijn lijfje als zijn kop moeten vastgehouden worden. Het is namelijk belangrijk dat de kat goed stilzit voor de meting. Het apparaatje wordt recht voor het oog van uw kat gehouden en met een druk op de knop schiet er een stomp staafje te voorschijn. Deze kaatst terug tegen het hoornvlies van het oog. Het apparaat meet met welke weerstand het staafje wordt teruggekaatst en berekent op die manier de druk in het oog. De oogboldruk wordt altijd in beide ogen gemeten en meerdere malen om een zo betrouwbaar mogelijk gemiddelde te krijgen.

Oorontsteking

Oorontsteking

Het oor is opgebouwd uit een aantal verschillende onderdelen:

  1. De oorschelp en uitwendige gehoorgang, die buiten de kop van de kat liggen
  2. De inwendige gehoorgang tot aan het trommelvlies, in de schedel van de kat
  3. Het middenoor met de 3 gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel), achter het trommelvlies
  4. Het binnenoor, ook wel het  ‘slakkenhuis’ genoemd

Deze indeling maakt meteen ook duidelijk hoe uw huisdier ‘hoort’: de oorschelp vangt het geluid op, dat via de gehoorgang naar het trommelvlies wordt geleid. Daar worden de geluidstrillingen doorgegeven aan de gehoorbeentjes in het middenoor, die de trillingen doorgeven aan de vloeistof in het slakkenhuis. Door de beweging van vloeistof in het slakkenhuis gaan speciale trilhaartjes bewegen en deze signalen worden doorgegeven aan de hersenen, waardoor het geluid wordt gehoord.

Aandoeningen

De bekendste aandoening aan het oor is de oorontsteking, ofwel otitis. Deze kan zowel in de gehoorgang voorkomen (otitis externa) als in het middenoor (otitis media), ook een combinatie van beiden is mogelijk. Daarnaast worden er bij de kat nog wel eens poliepen in het oor gezien. Op oudere leeftijd kunnen ook tumoren van het oor optreden.

Oudere katten check

Oudere katten check

We zorgen in Nederland goed voor onze dieren. Dat merken we bijvoorbeeld aan de steeds ouder wordende katten die we in onze praktijk zien. Helaas weten we allemaal: ouderdom komt met gebreken. Nierproblemen, suikerziekte, een te snel werkende schildklier, hart- en gebitsproblemen of pijnlijke gewrichten: een greep uit de kwalen waar u mee te maken kunt krijgen wanneer uw geliefde kat wat jaartjes ouder wordt. Maar hoe herkent u deze problemen en wat kunt u eraan laten doen? Onze ‘Oudere Dieren Check’ biedt uitkomst!

Ouderdomskwalen

Ouderdomskwalen zijn vaak moeilijk te herkennen, omdat ze er als het ware ‘insluipen’: lijkt het nu maar zo of is uw kat de laatste maanden wat afgevallen? Ze slaapt ook steeds meer. En dronk ze nu altijd al zo veel water? Omdat dit soort symptomen zich zo geleidelijk openbaren, zien we helaas regelmatig honden en katten die al behoorlijk lang problemen hebben. Hoe eerder we weten of uw kat iets scheelt, hoe eerder we kunnen ingrijpen en ondersteuning kunnen geven. Katten op leeftijd zijn al iets kwetsbaarder, een extra controle op zijn tijd kan zeker geen kwaad.

Speciaal consult

Om te voorkomen dat uw kat ongemerkt ziek(er) wordt, hebben we voor elke kat ouder dan 10 jaar een speciaal consult in het leven geroepen: De ‘Oudere Katten Check’. Dit consult omvat het volgende:

  • Eerst wordt u een aantal vragen gesteld over het dagelijks functioneren van uw kat.
  • Daarna voeren we een uitgebreid lichamelijk onderzoek uit bij het dier.
  • We onderzoeken de urine van uw kat op ontstekingswaarden, zuurgraad, suikerziekte en concentratievermogen. Voor dit onderzoek dient u de urine van uw kat thuis op te vangen en mee te nemen naar onze kliniek. Hij/zij kan hiervoor ook bij ons de opname komen.
  • Indien nodig nemen we bloed af om de nier- en leverfunctie te onderzoeken. Na het consult brengen onze dierenartsen u op een later tijdstip telefonisch op de hoogte van de onderzoeksuitslagen. Zij bespreken dan ook de eventuele vervolgstappen met u.

De kosten van deze Oudere Katten check zijn afhankelijk van de uitgebreidheid van het onderzoek. Het kan zijn dat we op grond van de onderzoeksuitslagen nader onderzoek moeten doen. Denkt u dan bijvoorbeeld aan een (uitbreiding van het) bloedonderzoek, een bloeddrukmeting of een echo van de buik of het hart. Deze kosten zijn niet inbegrepen, maar worden altijd zorgvuldig met u besproken.

De Oudere Katten check, zo zijn we er in een vroeg stadium bij! Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze praktijk.

Parasieten

Wat te doen tegen ongewenste gasten?

Uw harige huisgenoten kunnen zonder dat u dat in de gaten heeft, last krijgen van ongewenste gasten, ook wel parasieten genoemd. Parasieten zijn kleine beestjes die leven van het lichaam van uw huisdier. Het is niet goed voor uw huisdier om lang met parasieten rond te lopen. Hieronder wordt beschreven waarom het noodzakelijk is uw huisdier te beschermen en te behandelen tegen parasieten.

Wormen

Of uw huisdier wormen heeft, kunt u helaas pas zien als de infectie heel ernstig is. Er komen dan bijvoorbeeld wormen mee met de ontlasting, of u ziet in de buurt van de anus kleine stukjes van een worm hangen.

Waarom ontwormen?

  • Sommige wormen besmetten dieren én mensen. Klik hier voor een beschrijving van veel voorkomende wormen.
  • Pups en kittens die niet ontwormd worden, kunnen ernstig ziek worden en/of een groeiachterstand oplopen.
  • Worminfecties verlagen de weerstand van een dier waardoor het risico op andere ziekten toeneemt.

Hoe vaak ontwormen?

Onze dierenartsen zullen u adviseren over welk middel u het beste kunt gebruiken voor het ontwormen van uw huisdier. Wanneer u de juiste middelen in huis heeft, kunt u onderstaand ontwormingsschema volgen. Dit schema is volgens Europese richtlijnen opgesteld.

* Moederdieren kunt u het beste tegelijk met pups of kittens ontwormen.

Ontworm uw dier in ieder geval ook een week voordat hij/zij voor de jaarlijkse vaccinatie komt. De vaccinatie werkt dan beter.

Vlooien

Wanneer uw huisdier zich regelmatig begint te krabben en u kleine zwarte korreltjes in de vacht vindt (vlooienpoep), heeft uw huisdier waarschijnlijk vlooien.

Waarom ontvlooien?

  • Vlooien veroorzaken jeuk bij uw huisdieren, waardoor ze zich gaan krabben. Dit kan haaruitval, kaalheid, korstjes en huidontstekingen tot gevolg hebben;
  • Bij pups en kittens kan een heftige vlooienbesmetting leiden tot bloedarmoede;
  • Vlooien kunnen lintworm overdragen en ze kunnen katten besmetten met de bacterie van de (voor u besmettelijke!) kattenkrabziekte.

Hoe vaak ontvlooien?

De volwassen vlooien die op het lichaam van uw huisdier leven, zijn helaas niet het enige probleem. De larven en eitjes van vlooien zitten namelijk vaak niet alleen in de vacht van uw huisdier, ze liggen ook in uw huis. Daarom is het belangrijk iedere maand een spot-on middel in de nek van uw huisdier te druppelen. De vlooien die zich uit de eitjes in uw huis ontwikkelen, worden dan gedood zodra zij uw huisdier bijten. Uw dierenarts adviseert u graag over het gebruik van deze spot-on middelen.

Om te voorkomen dat uw huisdier steeds opnieuw besmet wordt, kunt u zijn of haar leefomgeving verder goed schoonmaken en behandelen met een anti-vlooienspray.

Als uw huisdier vlooien heeft, vergeet hem/haar dan niet te ontwormen!

Teken

Een teek ontdekt u misschien toevallig. Deze beestjes bijten zich vaak vast in de huid van de kop, borst of poten van uw huisdier. Ze verstoppen zich echter ook in bijvoorbeeld de oksels van uw hond of kat.

Waarom behandelen tegen teken?

  • Teken bijten zich vast in de huid om bloed te zuigen en kunnen zo een ontstekingsreactie en jeuk veroorzaken;
  • Teken kunnen ziektes overbrengen, zoals de ziekte van Lyme en de bloedparasiet Babesia.

Hoe vaak behandelen tegen teken?

Teken vindt u in struiken, hoge grassen en bomen. Uw hond of kat kan dus in eigen tuin een teek oplopen. Deze parasiet is vooral actief als het buiten wat warmer is. U hoeft uw huisdier in de winter dus niet tegen teken te behandelen.

In het late voorjaar, de zomer en het begin van het najaar is het verstandig om uw huisdier maandelijks tegen teken te behandelen met een spot-on middel of hem of haar een tekenband om te doen. Wij helpen u graag bij het voorkomen en behandelen van tekenbeten.

Om op de hoogte te blijven van de gebieden waar zich teken bevinden klik hier.

Plaskater

Wat is een plaskater?

Dat is een algemeen bekende term voor een kater die niet kan plassen door een verstopping in de urinebuis. Als u merkt dat uw kat niet goed kan plassen, is het heel belangrijk om direct contact op te nemen met de kliniek. Dit is namelijk een spoedgeval en het kan in het ergste geval zelfs tot de dood leiden.

Symptomen

  • Regelmatig op en af de kattenbak gaan of soms naast de bak ook willen proberen te plassen
  • Mauwen tijdens het proberen te plassen
  • Bij het proberen te plassen komt er niet/nauwelijks urine in de bak terecht, er zit dus een verstopping in de urineweg.
  • Veelvuldig bij de achterhand en penis likken
  • Een pijnlijke buik
  • Als de verstopping al langer aanwezig is, kan de kat ook gaan braken, slomer worden en zelfs komen te overlijden. Dit komt omdat door de verstopping katten acuut nierfalen en een verstoring van de bloedzouten kunnen ontwikkelen, waar ze ontzettend ziek van worden.

Oorzaken

  • Meest voorkomend: een verstopping met blaasgruis die vastloopt in de urinebuis (urethra).
  • Minder vaak: een ontstekingsplug (dode ontstekingscellen) of spasmes van de urinebuis (urethra)

Behandeling in de kliniek

Bij het vaststellen van een plaskater in de kliniek, zijn er vaak meerdere onderzoeken nodig om de ernst van de situatie in de schatten en om de blokkade op te heffen. De precieze behandeling is afhankelijk van de ernst en duur van de verschijnselen:

  • Urineonderzoek: om te controleren er sprake is van gruis in de blaas
  • Bloedonderzoek: om te controleren of er nierschade heeft opgetreden en of het niveau van het kalium niet veranderd is, want dit maakt veel uit voor de behandeling en prognose
  • Opheffen van de obstructie: dit gebeurt meestal bijna altijd onder narcose. Er wordt een katheter via de urinebuis (urethra) in de blaas geplaatst en de blaas kan daardoor geleegd en gespoeld worden. Vaak wordt deze katheter vast gehecht, afhankelijk van de situatie, om de erop volgende dagen de urineweg vrij te kunnen houden.
  • Opname: zodra de obstructie is opgeheven, is het belangrijk om een infuus te geven om de afvalstoffen die zijn opgehoopt te kunnen afvoeren. Aanvullend zijn er vaak pijnstillers/ontstekingsremmers nodig en soms medicatie tegen misselijkheid en spasmes van de blaas en urinewegen.
  • In enkele gevallen kan een obstructie niet met een katheter worden opgelost, en dan is er een amputatie van de penispunt nodig om ervoor te zorgen dat de verstopping opgeheven wordt. Bij deze operatie wordt de opening aan het eind van de penis groter, waardoor de kat beter kan plassen.

Behandeling thuis

  • Voeding: Vaak is er levenslang aangepaste voeding in huis nodig om in de toekomst te voorkomen dat er opnieuw een verstopping optreedt. Enkele voorbeelden zijn Hills c/d stress of Royal Canin Urinary S/O. Natvoeding speelt ook een ontzettend belangrijke rol hierin, omdat het heel belangrijk is om de blaas te spoelen zodat eventuele kristallen minder makkelijk geconcentreerd een plug kunnen vormen. Om de vochtopname te stimuleren kan er ook een drinkfontein aangeschaft worden. We controleren de urine na 6-8 weken om te kijken of er kristallen zijn opgelost en of er geen tekenen van ontsteking meer te zien zijn in de urine.
  • Stressreductie: er zijn veel aanwijzingen dat stress een belangrijke rol speelt in de ontstekingen van urinewegen bij katten, dus het is ook zeker belangrijk om een zo stressvrij mogelijke situatie in huis te creëren. Dit betekent oa. extra kattenbakken aanschaffen (het aantal katten + 1 = het geadviseerde aantal kattenbakken) en voor goede rustige (verstop)plekken in huis. Daarnaast bestaan er supplementen/feromoon-verspreiders om het stressgehalte bij uw kat laag te houden.
  • Regelmatige controles: bij katten met blaasgruis die op een speciaal dieet staan is het verstandig om jaarlijks de urine na te laten kijken, om recidief van de klachten voor te zijn.

Heeft u nog vragen? Neem dan telefonisch gerust contact met ons op. Bel ons of stuur een e-mail. Wij geven u graag antwoord op uw vragen over uw kat!

Preventieve zorg

Preventieve zorg Kat

Vaccineren

Welke vaccinatie uw kat precies krijgt, verschilt per situatie. Zoals u in het onderstaande standaard vaccinatieschema kunt zien, heeft een volwassen kat ieder jaar een vaccinatie nodig. Wij zullen voor u bij houden wanneer uw huisdier aan de beurt is voor zijn of haar vaccinatie, u krijgt dan een oproep van ons thuisgestuurd. 

Als u twijfelt over de vaccinaties en de beschermingsstatus van uw kat, neem dan contact met ons op of maak een afspraak en vergeet het vaccinatieboekje en/of dierenpaspoort niet.

Ontwormen

Naast vaccineren is het regelmatig ontwormen van zowel kat als hond ook erg belangrijk om hem of haar gezond te houden. Wij raden dit aan om te doen omdat: sommige wormen kunnen dier & mens besmetten, kittens maar ook volwassen katten kunnen ernstig ziek worden en/of een groeiachterstand oplopen, daarnaast verlagen worminfecties de weerstand van een dier waardoor het risico op andere ziekten toeneemt.

Ontwormingsadvies kat Evi dierenartsen. Contact ons voor verder advies.

Ontvlooien

Vlooien veroorzaken jeuk bij uw huisdieren, waardoor ze zich gaan krabben. Dit kan haaruitval, kaalheid, korstjes en huidontstekingen tot gevolg hebben. Bij kittens kan een heftige vlooienbesmetting leiden tot bloedarmoede. Vlooien kunnen lintworm overdragen en ze kunnen katten besmetten met de bacterie van de (voor u besmettelijke!) kattenkrabziekte. Wij raden aan maandelijks te ontvlooien.

Onze dierenartsen kunnen u adviseren over welke middelen u het beste kunt gebruiken voor het ontwormen & ontvlooien van uw kat.

Probleemgedrag

Probleemgedrag bij de kat

Mijn kat vertoont probleemgedrag, wat kan ik hier aan doen?

Is uw kat erg angstig voor bepaalde voorwerpen of geluiden? Gedraagt hij zich agressief naar gezinsleden? Kan hij niet met een nieuw huisdier overweg? Likt uw kat zichzelf kaal? Of is hij onzindelijk? Een kleine greep uit de probleemgedragingen die bij katten kunnen voorkomen. Het kan erg vervelend zijn als uw kat ongewenst gedrag vertoont. Gelukkig is het meestal op te lossen.

Uiteraard is het belangrijk om eerst medische oorzaken uit te sluiten. Daarom is het verstandig eerst een controle bij uw dierenarts te laten doen als uw kat zich (plotseling) anders gedraagt. Wanneer er geen lichamelijke oorzaak voor het gedrag gevonden wordt, zal de dierenarts u adviseren contact op te nemen met een gedragsdeskundige.

De kattengedragsdeskundige zal er door middel van uitgebreide vraaggesprekken met u en observatie van de kat, meestal in de thuisomgeving, achter proberen te komen waarom de kat het ongewenste gedrag vertoont. Want pas als duidelijk is wat te achterliggende reden is, kan het gedrag goed afgeleerd worden. U krijgt praktische adviezen om het gedrag van uw kat bij te sturen. Ook hierbij zal de gedragsdeskundige u begeleiden.

Een kattengedragsdeskundige waar wij al jaren een prettige samenwerking mee hebben is Liesbeth Puts van de Praktijk voor Kattengedrag. Kijkt u gerust verder op haar website voor meer informatie.

Rabiës

Rabiës bij katten

Rabiës bij katten, ook wel bekend als hondsdolheid, is een levensbedreigende infectieziekte die zowel voor dieren als bij mensen een groot risico vormt. In Nederland komt rabiës gelukkig niet meer voor. In andere landen is rabiës echter nog wel een serieus gezondheidsrisico.

Op deze pagina vertellen wij u graag meer over rabiës bij katten. Wat zijn de symptomen, hoe te handelen bij (een mogelijke) besmetting en hoe te voorkomen. Heeft u vragen over rabiës of twijfelt u of uw kat risico loopt of heeft gelopen? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op.

Oorzaak rabiës bij katten

Zoals gezegd komt rabiës gelukkig niet voor in Nederland. Helaas is dat in sommige andere landen wel anders. Vooral katten die mee op reis gaan of katten die vanuit het buitenland naar Nederland komen lopen daarom risico.

Overdracht van het rabiësvirus vindt plaats via speeksel. Besmetting gebeurt daarom vooral wanneer uw dier wordt gebeten door een besmet dier of wanneer uw kat een enthousiaste jager is en zelf een besmet dier vangt. In Europa zijn vooral vleermuizen en vossen de boosdoener, maar ook wasberen en stinkdieren vormen een risico.

Symptomen rabiës bij katten

Een besmetting van rabiës bij katten valt in sommige gevallen niet direct op. De incubatietijd kan wel 8 maanden zijn. De eerste symptomen zijn vaak algemene symptomen, zoals algeheel ziek zijn, koorts en vermageren. Slikken en ademhalen gaat moeilijker.

In een later stadium kan het dier gaan speekselen en het speeksel loopt dan zichtbaar uit de bek.

Op een gegeven moment vallen de veranderingen in karakter en gedrag op. Rabiës bij katten zorgt voor agressiever en onrustiger gedrag. Ze kunnen, geheel onverwacht, mensen en andere dieren aanvallen.

Andere symptomen zijn:

  • Karakteristiek huilen (een continue jankend geluid);
  • Kokhalzen, droge hoest en braken;
  • Een gefixeerde blik;
  • Ongecoördineerd staan en lopen;
  • Extreme reactie op licht en geluid;
  • Verlamming van de tong en onderkaak;
  • Watervrees (dorst, maar kramp in keel/slokdarm).

Helaas is er geen behandeling tegen rabiës bij katten en het dier zal dus uiteindelijk altijd komen te overlijden.

Hondsdolheid is ook een risico voor mensen. Daar katten agressief en onvoorspelbaar worden bestaat er een reële kans dat het virus door een beet wordt overgedragen.

Diagnose rabiës bij katten

Het is voor een dierenarts helaas ontzettend moeilijk om rabiës vast te stellen bij katten wanneer het dier nog leeft. Na overlijden wordt het vaak pas duidelijk wanneer de hersenen wordt onderzocht.

Vermoedt u dat uw kat in contact is geweest met een besmet dier? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op! Samen kijken we dan wat er mogelijk is. Wanneer we er snel genoeg bij zijn dan kunnen we behandelen nog voor het virus het zenuwstelsel bereikt.

Heeft uw kat een geldige rabiës vaccinatie? Dan is uw kat gelukkig goed beschermd.

Bent u zelf mogelijk blootgesteld aan rabiës? Bel dan direct uw huisarts en was de wond met zeep en ontsmet met alcohol.

Vaccineren tegen rabiës bij katten

De vaccinatie tegen rabiës bij katten is geen standaard vaccinatie die uw kat als kitten krijgt. Reist u met uw kat naar het buitenland? Dan is voor veel landen een rabiës vaccinatie verplicht.

Een kat kan vanaf 12 weken gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Deze vaccinatie hoeft maar één keer te worden gegeven en na drie weken is deze geldig. Houdt daarom goed rekening met uw planning! Uiterlijk 21 dagen voor vertrek dient u uw kat te laten vaccineren.

DIt betekent ook dat u met een kat jonger dan 15 weken officieel niet de grens over kan.

Wanneer u uw kat laat vaccineren tegen hondsdolheid dat zal dit door de dierenarts worden afgetekend in een officieel Europees paspoort. In dit paspoort staat ook het chipnummer van uw kat. Is uw kat nog niet gechipt? Ook dit is vaak een vereiste voor een reis naar het buitenland.

Sommige vaccinaties zijn een jaar geldig, anderen 3 jaar. Het rabiësvaccin dat wij geven is 3 jaar geldig. Gaat u na die 3 jaar op reis, dan zult u een nieuwe afspraak moeten maken voor de vaccinatie en ook dan geldt weer dat deze pas na 21 dagen geldig is.

De regels met betrekking tot rabiës en reizen met dieren verschillen per land. Sommige landen vragen bijvoorbeeld ook om een titerbepaling. Een volledig overzicht van de vereisten is te vinden op de website van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG).

Vragen of afspraak inplannen?

Heeft u een vraag over hondsdolheid, twijfelt u of uw kat risico loopt of heeft gelopen of gaat u binnenkort op reis en wilt u een afspraak inplannen? Neem dan contact met ons op of plan eenvoudig online uw afspraak in.

Schildklier

Schildklier

Hyperthyreoïdie is de medische term voor een te snel werkende schildklier. De schildklier ligt langs de luchtpijp, tussen het strottenhoofd en de borstingang. Hyperthyreoïdie komt regelmatig voor bij oudere katten: er treedt een vergroting van de schildklier op (in 98% van de gevallen goedaardig), waardoor een overschot aan schildklierhormoon geproduceerd wordt. Door dit te veel aan schildklierhormoon wordt de stofwisseling versneld. Hyperthyreoïdie heeft ook invloed op andere organen, zoals het hart, de nieren en de lever. Die moeten daardoor ook harder werken en dat is nadelig voor deze organen. Een te snel werkende schildklier kan dus ook schade aanrichten aan andere organen.

Klachten

De verschijnselen van een te snel werkende schildklier wordt veroorzaakt door het te veel aan schildklierhormoon. Symptomen die veel worden gezien zijn:

  • Afvallen ondanks een goede eetlust
  • Veel drinken en plassen
  • Rusteloosheid en hyperactiviteit
  • Koele plekjes in huis opzoeken
  • Een snelle hartslag, soms is er een hartruis hoorbaar
  • Braken
  • Diarree
  • Soms zien we het tegenovergestelde: sloomheid en niet willen eten

Diagnose

Dit wordt gedaan door de hoeveelheid schildklierhormoon (T4) in het bloed te bepalen. Daarnaast wordt in ieder geval ook de nierfunctie in het bloed bepaald, omdat deze van belang is voor verdere behandeling. Verder zien we bij de katten met hyperthyreoïdie ook regelmatig een hoge bloeddruk. Wij adviseren dan ook om de bloeddruk te laten bepalen.

De dierenarts zal bij lichamelijk onderzoek vaak de schildklier kunnen voelen, een snellere hartslag waarnemen of een hartruis horen. Bij de kat komt eigenlijk maar 1 aandoening aan de schildklier voor en dat is een te snel werkende schildklier, oftewel hyperthyreoïdie. Lees hier mee over de behandeling.

Schildklier behandeling

Schildklier behandeling

Hyperthyreoïdie (een te snel werkende schildklier) is vaak goed te behandelen. Over het algemeen zijn de vooruitzichten van een kat met hyperthyreoïdie goed. Als de aandoening onder controle of opgelost is en de functies van de andere organen zijn in orde, heeft uw kat een goede levensverwachting. Er zijn verschillende behandelopties.

Medicatie

In principe wordt altijd gestart met het geven van medicatie (Felimazole). Deze medicatie remt de productie van schildklierhormoon. De tabletjes moeten volgens een bepaald schema gegeven worden, 1 of 2 keer per dag. Na 3-4 weken komt u op controle, waarbij weer bloed afgenomen wordt van uw kat. Hierin wordt de hoeveelheid schildklierhormoon bepaald en wordt ook de nierfunctie van uw kat bekeken.
Wanneer blijkt dat het schildklierhormoon op normaal niveau is, moet u de dosering tabletten die u op dat moment gaf levenslang blijven volhouden, tenzij u voor een van de andere behandelingsmogelijkheden kiest. Uw kat zal ook regelmatig (1-2 keer per jaar) op controle moeten blijven komen om bloed te prikken, zodat de schildklier-, nier- en beenmergfunctie goed in de gaten gehouden kunnen worden.

Dieetvoer

Als het schildklierhormoon niet al te hoog is in het bloed, dan is dieetvoer een optie. Een dieet van speciale, jodium-arme voeding (Hill’s y/d) zorgt ervoor dat de productie van T4 verminderd wordt en weer op normaal niveau komt. Het is belangrijk om het dieet uiterst strikt te volgen. Uw kat mag dus niets anders dan deze voeding en water! Dit dieet is daarom niet geschikt voor katten die buiten komen. Wanneer u meerdere katten heeft, kunnen deze gewoon mee eten van het dieetvoer. Zij zullen eens per week een blikje normale voeding moeten eten om aan hun jodiumbehoefte te voldoen. Er zijn zowel brokjes als blikvoer van dit dieet verkrijgbaar. Na 4 weken het dieet gevolgd te hebben, controleren wij de T4-spiegel in het bloed te laten bepalen om te zien of het dieetvoer zijn werk gedaan heeft.

Radioactief jodium

Bij deze behandeling kan de hyperthyreoïdie genezen worden. Uw kat mag deze behandeling alleen ondergaan als de nierfunctie goed is. Om dit zeker te weten moet uw kat dus ook de eerste weken met Felimazole behandeld worden.
Als u uw kat wilt laten behandelen met radioactief jodium verwijzen wij u door naar Dierenkliniek De Lingehoeve in Lienden of de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren. Uw kat moet dan 5 dagen opgenomen worden voor deze behandeling, want hij gaat enige tijd radioactiviteit uitstralen. De radioactieve deeltjes worden bij uw kat in de bloedbaan ingespoten. Deze deeltjes vallen alleen de ‘extra’ schildkliercellen aan en niet het normale weefsel van de schildklier. Als de behandeling goed verloopt, heeft uw kat na deze therapie weer gezonde schildklier. Na deze behandeling komt u na twee maanden op controle om de hoeveelheid schildklierhormoon te controleren. Daarna is uw kat in principe ‘pil en controle’ vrij.

Operatie

Voor chirurgie wordt slechts in enkele gevallen gekozen. Voor de operatie zal ook eerst een scan van de schildklier gemaakt moeten worden, zodat duidelijk wordt of de schildklier aan 1 of 2 kanten afwijkend is. Deze scan kan gemaakt worden bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren of bij Dierenkliniek de Lingehoeve. Ook na een operatie is een controle na twee maanden noodzakelijk.

Schimmel

Schimmel

Als uw dierenarts vermoedt dat uw kat last heeft van schimmel, dan zal hiervoor een kweek worden ingezet. Er worden met behulp van een tandenborstel haren verzameld uit de vacht van uw kat, vooral rond de aangedane plekken. De haren uit de tandenborstel kunnen ofwel in ons eigen laboratorium op een kweekbodem worden geplaatst en bebroed of we sturen de tandenborstel in zijn geheel op naar een extern laboratorium. Het voordeel van opsturen naar een extern lab is, dat daar direct ook bepaald kan worden met welke soort schimmel we te maken hebben. Als er groei is op de kweek in ons eigen lab, sturen we die daarom ook altijd nog in naar een extern laboratorium. Weten met welk soort schimmel we te maken hebben is namelijk niet alleen van belang voor de behandeling, maar ook voor u als eigenaar omdat sommige schimmels besmettelijk zijn voor mensen.

Sloom

Sloom

Sloomheid van uw huisdier is vaak een teken dat hij zich niet lekker voelt. Dit kan vele verschillende oorzaken hebben. Hieronder worden enkele hoofdgroepen besproken:

Koorts: door een virale of bacteriele infectie. Ook een abces of andere ontstoken wonden kunnen koorts veroorzaken.

Misselijkheid: door een probleem in het maag-darm kanaal, zoals een virus (‘buikgriep’), ontsteking, vreemd voorwerp, maagzweer etc. Of door een probleem aan andere organen in de buik, bijvoorbeeld nierfalen of een leverontsteking. Zie hierover ook het symptoom braken.

Pijn: ergens in het lichaam. Dit kan pijn aan een pootje zijn door een ongeluk, maar ook pijn in de bek door losse kiezen of pijn in de buik. Oudere katten kunnen door artrose ook chronische pijn hebben en daardoor slomer worden.

Hart- of longaandoening: doordat hart of longen niet goed functioneren, wordt het uithoudingsvermogen van uw kat slechter. Ook hierdoor kan een kat zich slomer gaan gedragen.

Sterilisatie poes

Sterilisatie poes

De sterilisatie van uw poes is bij onze dierenarts in Hilversum een dagopname. Doorgaans maken we de afspraak dat uw poes ’s morgens wordt gebracht (nuchter) en ze mag dan na het uitslapen van de ingreep dezelfde dag weer naar huis.

Wij onderscheiden ons ten opzichte van andere praktijken. De waakbraunule, het buisje met zuurstof, de extra pijnstiller, de warmtematjes en de controles zijn helaas niet overal normaal

Hieronder staat stapsgewijs beschreven, hoe de ingreep in zijn werk gaat en wat er allemaal bij komt kijken.

  • Uw poes wordt binnengeroepen door een van onze paraveterinairen, die haar weegt en een pijnstillende injectie geeft
  • Ze gaat naar haar hokje in de opname, waar zij zal verblijven tot de dierenarts komt
  • De dierenarts onderzoekt de poes voor de narcose
  • De poes krijgt een injectie met narcosemiddel, een waakbraunule en wordt weer in haar hokje gelegd om rustig in slaap te vallen
  • Als zij goed slaapt, wordt ze op de voorbereidingstafel gelegd, krijgt een tube (buisje) voor extra zuurstof in haar keel en nog een tweede pijnstillende injectie
  • Ten tijden van de operatie wordt ze ook op temperatuur gehouden door warmtematjes en de narcose wordt gecontroleerd door de paraveterinair

'Laat u van te voren goed informeren, geen dierenarts(praktijk) is hetzelfde'

  • Het operatiegebied wordt voorbereid door de haren van de buik te scheren en de huid goed te ontsmetten
  • Daarna wordt ze naar de operatiekamer gebracht en aangesloten op de bewakingsapparatuur en zuurstof. Indien nodig krijgt ze ook wat extra narcosegas
  • De sterilisatie wordt uitgevoerd door middel van een sneetje in het midden van de buik, waardoor beide eierstokken verwijderd worden. Als de baarmoeder er afwijkend uitziet, wordt deze ook weggehaald
  • De buikwand en de huid worden gesloten door middel van hechtingen
  • Na de ingreep krijgt de poes nog een prikje in haar rugspier, nu met een middel om weer wakker te worden
  • Ze wordt meteen ook getemperatuurd en indien nodig krijgt ze een warmtematje en/of lamp in haar uitslaaphokje
  • De poes mag rustig uitslapen in de opname.Tijdens het uitslapen wordt zij regelmatig gecontroleerd op ademhaling, pols en temperatuur en wordt de operatiewond gechecked
  • Als ze goed wakker is, kunt u haar weer komen ophalen!
  • U krijgt specifieke nazorginstructies en nog pijnmedicatie mee voor thuis

De kosten van de sterilisatie poes vindt u terug in onze tarievenlijst.

Zijn u vragen over de sterilisatie poes hiermee niet beantwoord? Neem dan telefonisch contact met ons op of stuur een e-mail. Wij geven u graag antwoord op uw vragen over de sterilisatie poes.

Steriliseren voordelen

Steriliseren van een poes

Poezen worden krols in het voorjaar. De krolsheid kan vanaf de leeftijd van ongeveer 6 maanden optreden, maar begint meestal pas na 7 à 8 maanden. Om een ongewenst nestjes te voorkomen, is het verstandig uw poes voor de eerste krolsheid, ongeveer op een leeftijd van 6 à 7 maanden, te laten steriliseren. Daarnaast voorkom je er  baarmoeder ontstekingen mee en de kans op het ontstaan van borsttumoren kan doormiddel van sterilisatie van de poes worden verkleind.

Benieuwd hoe de sterilisatie poes in zijn werk gaat bij Evi dierenartsen?

Poezenpil

De zogenaamde ‘poezenpil’ om krolsheid en een nestje te voorkomen raden wij gezien de ernstige bijwerkingen bij langduriger gebruik af. Deze bijwerkingen zijn onder andere: verhoogde eetlust, overgewichtsuikerziekte, melkkliertumoren, baarmoederontsteking.

Suikerziekte

Suikerziekte

Suikerziekte, ook wel Diabetes mellitus genoemd, kan ontstaan ten gevolge van verschillende oorzaken. Afhankelijk van de oorzaak kan suikerziekte worden ingedeeld in verschillende types:

Type  Oorzaak Gevolg
 I Immuun gemedieerd Cellen van de alvleesklier worden door het lichaam zelf kapot gemaakt, waardoor er te weinig insuline wordt geproduceerd.
 II Obesitas/ luiheid De lichaamscellen zijn ongevoelig geworden voor de insuline die het lichaam aanmaakt, er treedt insulineresistentie op.
 III Medicatie/ ziekte Medicatie of ziekte die insulineresistentie veroorzaakt, bv de ziekte van Cushing
 IV Zwangerschap Voorbijgaande suikerziekte tijdens de zwangerschap

Bij de kat komt voornamelijk type I en II Diabetes mellitus voor. Bij de meeste katten speelt er vaak een combinatie van een alvleesklier die te weinig insuline produceert en lichaamscellen die te weinig reageren op de insuline die nog wel geproduceerd wordt.

Insuline is nodig om glucose (bloedsuikers) de lichaamscellen in te transporteren, waar het gebruikt kan worden als brandstof. Door een tekort aan insuline of doordat de lichaamscellen ongevoelig zijn voor insuline, kan de glucose de cellen niet meer in en hoopt het zich op in het bloed. Zo ontstaat er een te hoog bloedsuiker, ook hyperglycemie genoemd.

Verschijnselen

Katten met suikerziekte vertonen vaak (een van) de volgende verschijnselen:

Dieren die niet behandeld worden kunnen uiteindelijk in coma raken, omdat de hersencellen een ernstig brandstof tekort krijgen en daardoor niet goed meer kunnen functioneren en uitvallen.

Diagnostiek

Met behulp van verschillende diagnostische tests kan de diagnose worden gesteld:

  • Urineonderzoek: om onderscheid te maken tussen andere oorzaken van veel drinken en plassen, zoals een nierprobleem of blaasontsteking. Bij suikerziekte is er glucose aanwezig in de urine.
  • Bloedonderzoek: om onderscheid te maken tussen andere oorzaken van afvallen en veel drinken en plassen. Zo kan er ook bij een nierprobleem ook glucose in de urine kan voorkomen. Bij een kat met suikerziekte is de glucose in het bloed ver boven de normaalwaardes.

Bij de kat kunnen glucose waardes in het bloed omhoog schieten door stress. Om onderscheid te kunnen maken tussen hoge glucosewaardes door suikerziekte of door stress worden de fructosamines gemeten in het bloed. Fructosamines worden gevormd als het glucosegehalte in het bloed langdurig is verhoogd. Een kat met suikerziekte heeft dus verhoogde fructosamines in het bloed.

Therapie

Op deze pagina leest u meer over de therapie, de belangrijke bijbehorende controles en eventuele complicaties.

Prognose

De prognose van katten met suikerziekte is over het algemeen goed. Katten die goed zijn in te stellen kunnen een lang en gelukkig leven lijden. Het is zelfs zo dat sommige katten na een bepaalde periode weer zelf insuline aan gaan maken en dus minder of zelfs helemaal geen insuline meer hoeven te krijgen via injectie.

Suikerziekte behandeling

Suikerziekte behandeling

Op deze pagina leest u meer over de therapie, de belangrijke bijbehorende controles en eventuele complicaties. Op onze andere pagina leest u meer over de types, verschijnselen en diagnostiek.

Therapie

Gelukkig is suikerziekte een aandoening die goed te behandelen is. Het is een intensieve behandeling en vergt een hoop tijd en energie van de eigenaar, maar zodra de kat goed is ingesteld kan de kat een zorgeloos en lang leven lijden.

De behandeling bestaat uit het injecteren van insuline, tevens moet kat op een speciaal dieet.

  • Insuline: Caninsuline is het insuline dat is geregistreerd voor het gebruik bij honden en katten.

De insuline moet 2x daags worden geprikt, onder de huid. Voor veel eigenaren is dat in het begin erg spannend, maar we zullen u stap voor stap uitleggen hoe u moet prikken en u goed blijven begeleiden. De dieren merken zelf weinig van het prikken, want het is een heel klein naaldje.

  • Dieet: Door uw kat op een speciaal koolhydraatarm (suikerarm) dieet te zetten, bijvoorbeeld Diabetic van Royal Canin, neemt het dier minder suiker op en is er minder insuline nodig. Het ondersteunt de regulering van de glucosespiegels in het bloed.

Controles

In de beginperiode zullen regelmatig (1-2x in de week) controles nodig zijn om te bepalen wat een goede dosering insuline is voor uw kat, ook wel ‘het instellen van uw kat’ genoemd. De controles bestaan voornamelijk uit het bepalen van de bloedsuikerwaarde, maar ook fructosamines kunnen een goede indicatie geven of de kat goed is ingesteld.

  • Glucose dagcurve: De beste manier om uw kat in te stellen is door het maken van een glucose dagcurve. Elk uur wordt de glucose waarde in het bloed bepaald. Hiermee kan precies gezien worden wanneer de pieken en dalen zijn van het bloedsuiker met het gebruik van insuline. Dit kan bij ons in de opname gebeuren, maar een eigenaar kan dit ook thuis doen.
  • Bloedglucose: Dit kan het beste 4 uur na het geven van de insuline (dan zou het bloedsuiker op zijn laagst moeten zijn) bepaald worden. Aan de hand van deze waardes wordt gekeken of uw kat meer of minder insuline nodig heeft.

Als de bloedsuikerwaardes op een gegeven moment stabiel en laag genoeg zijn, is uw kat ingesteld. Vanaf dat moment hoeven de controles niet mee zo vaak en kunt u eventueel thuis zelf de bloedsuiker controles gaan uitvoeren.

  • Fructosamines: Dit kan gebruikt worden om te beoordelen of de glucosespiegels onder controle zijn over langere tijd.

Suikerziekte: Complicaties

Helaas kunnen er zich bij suikerziekte verschillende complicaties voordoen. Hieronder vindt u de meest voorkomende:

  • Insuline-resistentie: Het suiker in de urine bij katten met suikerziekte is een goede voedingsbodem voor bacteriën. Een bacteriële blaasontsteking komt daarom nog wel eens voor. Door steriel wat urine te verzamelen en te kweken kunnen we de diagnose stellen. Het is belangrijk de infectie te behandelen met het juiste antibioticum, omdat infecties en ontstekingen in het lichaam kunnen zorgen voor insuline-resistentie. Dit betekent dat er veel meer insuline nodig zal zijn voordat het zal werken. Andere oorzaken voor insuline-resistentie kunnen zijn: een slecht gebit (parodontitis) of een ontsteking elders in het lichaam.
  • Hypoglycemie: Dieren onder behandeling met insuline kunnen een hypoglycemie ontwikkelen, dit is een te laag bloedsuiker (onder de 5 mmol/L). Oorzaken:
    • Er is te veel insuline gegeven. De dosering van de insuline komt heel nauw, net als de tijdstippen waarop het gegeven moet worden.
    • De kat heeft weinig of niets gegeten, maar wel de volledige dosering insuline gekregen.
    • De kat heeft al het eten uitgebraakt, net na het prikken van de insuline.
    • Als het lichaam van de kat zelf ook weer insuline is gaan produceren, of de lichaamscellen worden weer gevoeliger voor de insuline.

Verschijnselen van een hypoglycemie, oa:

  • Sloom worden
  • Trillen
  • Vertonen van rare bewegingen of afwijkend gedrag
  • Braken
  • Desorientatie
  • Verliezen van coördinatie, dronkemansgang.
  • Als er niet tijdig wordt ingegrepen kan de kat zelfs in coma raken. Dit is een levensbedreigende situatie. Let dus altijd goed op bovenstaande verschijnselen!

Zorg dat u altijd wat Dextrose, honing of stroop in huis heeft, hier zit veel suiker in. Dit kunt u in geval van hypoglycemie verschijnselen onder de tong van uw kat geven, zodat het suiker snel wordt opgenomen. Bel vervolgens met uw dierenarts.

Prognose

De prognose van katten met suikerziekte is over het algemeen goed. Katten die goed zijn in te stellen kunnen een lang en gelukkig leven lijden. Het is zelfs zo dat sommige katten na een bepaalde periode weer zelf insuline aan gaan maken en dus minder of zelfs helemaal geen insuline meer hoeven te krijgen via injectie.

Tandenpoetsen

Hoe poets ik de tanden van mijn kat?

Wist u dat maar liefst 70% van de katten vanaf hun tweede levensjaar tandaandoeningen vertonen? Gebitsproblemen kunnen grote gevolgen hebben voor de gezondheid van uw kat. De beste manier om het gebit zo gezond mogelijk te houden, is om de tanden van uw kat te poetsen.

Hoe vroeger u begint, hoe meer profijt uw kat ervan zal hebben. Start daarom direcft met het aanleren van het tandenpoetsen. Op deze pagina leest u de verschillende stappen die u doorloopt om uw kat te laten wennen, hoe u de tanden poetst en welke producten u daarvoor kunt gebruiken. Aan het eind vindt u bovendien een instructievideo.

Heeft u vragen over het gebit van uw kat of de verzorging ervan? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Tandenpoetsen bij uw kat aanleren in 5 stappen

  1. Wrijf met uw vinger onder de wang van uw kat ter gewenning. Zo raken ze bekend met de aanraking op die specifieke plek.
  2. Laat vervolgens uw kat wennen aan de smaak van tandpasta door een klein beetje tandpasta op uw vinger te doen. Gebruik tandpasta voor dieren, humane tandpasta is namelijk gevaarlijk voor dieren. De tandpasta helpt vooral om het tandenpoetsen beter te accepteren, het heeft namelijk een lekkere smaak. Sommige tandpasta’s bevatten enzymen die bacteriegroei kunnen remmen. De juiste tandpasta is bij ons in de praktijk verkrijgbaar.
  3. Ga langzaam met uw vinger langs de tanden alsof u deze poetst. Gebruik eventueel een vochtig gaasje om uw wijsvinger of een zachte vingertandenborstel. De zachte tandenborstel is bij ons verkrijgbaar.
  4. Als uw kat aan deze handelingen gewend is kunt u de hoektanden poetsen met een tandenborstel die geschikt is voor uw kat. Wij adviseren u graag over de juiste keuze.
  5. Poets daarna de voortanden en de kiezen.

Het opbouwen hoeft niet binnen een week gedaan te zijn. Geduld en rust zijn hier belangrijk. Ga pas naar een volgende stap wanneer uw kat de vorige stap helemaal accepteert.

Zo poetst u de tanden van uw kat

Voor het poetsen houdt u uw kat losjes aan de bovenzijde van de kop vast. Bij katten wil het helpen om ze van achteren te benaderen en ze tussen uw benen te zetten). Wees voorzichtig rond de snorharen, deze zijn namelijk gevoelig.

Trek vervolgens de bovenlip omhoog, zodat u de tanden en het tandvlees kunt zien.

Poets met korte, cirkelvormige bewegingen de buitenkant van de tanden. Vergeet niet om ook het kauwoppervlak en de binnenzijde van de tanden te poetsen. Denk ook aan de achterste kiezen. Deze zijn lastig zichtbaar en zullen op gevoel moeten worden gepoetst. Leg eventueel uw wijsvinger op de tandenborstel, zodat u niet uitschiet.

Meer tips voor een gezond gebit van uw kat

Tijdens de jaarlijkse vaccinatie en gezondheidscontrole controleren we ook altijd het gebit. Om vroegtijdig mogelijk gebitsproblemen te signaleren adviseren we om ook een halfjaarlijkse controle in te plannen. Dit is zeker bij jonge katten in het eerste jaar erg fijn. Na de eerste vaccinaties zien we ze vaak pas weer op 1-jarige leeftijd, maar tussen de vaccinaties en de eerste verjaardag gebeurt er nog erg veel met het gebit. Tijdens een afspraak op 6 maanden kunnen we onder andere beoordelen of het gebit netjes sluit en of alle tanden mooi zijn gewisseld.

Wist u dat u met ons Dier en Zorg Plan jaarlijks twee gezondheidscontroles en een onbeperkt aantal gebitscontroles kunt inplannen?

Poetsen blijft de beste manier om het gebit schoon te houden, maar de juiste voeding is een belangrijke aanvulling. Er is speciale voeding waarbij de brokken een aangepaste vorm, structuur en samenstelling hebben om te helpen de tanden te reinigen en de vorming van tandsteen tegen te gaan. Deze voeding is bij ons op de praktijk te verkrijgen.

De speciale voeding is echter geen volwaardige vervanging voor het tandenpoetsen. Door goed te poetsen reinigt u namelijk ook onder de tandvleesrand en dit is juist het gebied waar plak en bacteriën zich kunnen ophopen. Voeding of snacks komen helaas niet onder de tandvleesrand.

Instructievideo

Deze instructievideo van Virbac laat u zien hoe het tandenpoetsen in zijn werk gaat.

Heeft u vragen over het tandenpoetsen?

Wij helpen u graag! We kunnen u voorzien van een goed advies met betrekking tot de juiste producten en voeding. Maakt u gebruik van het Dier en Zorg Plan? Dan kunt u altijd een gratis gebitscheck bij een van de assistenten inplannen.

Tips kat naar dierenarts

Tips Kat naar Dierenarts

Daar sta je dan. Je hebt een afspraak gemaakt om met je kat naar de dierenarts te gaan, maar hij is weg / wil niet in het reismandje / brult de hele boel bij elkaar. Er zijn maar weinig katten die het leuk vinden om meegenomen te worden naar de dierenarts. Tijd voor tips om het minder erg te maken.

Thuis

  • Zorg dat het reismandje (advies schoonmaken!) ruim van te voren in de kamer staat, zodat het als het ware deel van het meubilair wordt. Heeft u een kitten? Wen uw kitten dan aan het mandje, daar hebben u en uw kitten het hele leven profijt van. Socialiseren (op een mandje in dit geval) van honden vinden we normaal, maar bij katten kan het net zo goed.
  • Leg een kleedje dat naar u of uw kat ruikt, in de reismand. Het fijnst is een kleedje dat eerst even langs de wangen van uw kat is gewreven, zodat het zijn geur aanneemt. Eventueel spuit u ook wat Feliway in de mand, tenminste 30 minuten voordat uw kat er in moet. Neem voor de terugweg een schoon kleedje mee, voor het geval er op de heenweg een “ongelukje” is gebeurd.
  • Zorg voor een stevige reismand, die van voor én van boven opengemaakt kan worden. Liefst één waar de bovenkant van af gehaald kan worden.
  • Als u met de kat weg wilt en hij gaat niet vanzelf in zijn reismand, laat hem er dan rustig van bovenaf in zakken. Gaat hij echt veel tegenspartelen, wikkel hem dan in een dikke handdoek (van te voren bespoten met Feliway of langs zijn wangen gewreven) en laat hem dan met handdoek en al rustig in de mand zakken.

Onderweg

  • Reis nooit met je kat los in de auto!
  • Als je de mand draagt, houdt hem dan zo stil mogelijk.
  • Zet de reismand stevig in de auto, zodat hij niet verschuift. Dus op de stoel met de autogordel vast of stevig op de grond en dan klem gezet. Vermijdt onderweg harde muziek, praat rustig met de kat. Hoe rustiger u zelf bent, des te fijner is het voor uw kat. Soms vindt de kat het fijn als er een handdoek over de mand ligt. Rij voorzichtig, probeer bruusk remmen te voorkomen en neem de bochten rustig.
  • Als u met meerdere katten tegelijk naar de dierenarts gaat, zorg dan dat elke kat een eigen vervoersmand heeft. Katten hebben hun ruimte nodig, zeker in een stressvolle situatie. Gaat u met beide katten tegelijk naar de dierenarts, zet ze dan allebei in een eigen vervoersmand.

Op de praktijk

  • Zet uw kat in de wachtkamer liefst niet op de grond en buiten het bereik van hondenneuzen. Zet de opening van de reismand naar u toe. Hebt u een extra handdoek bij u? Leg die dan over de reismand om uw kat wat af te schermen van andere katten en van nieuwsgierige honden.
  • Op tafel bij de dierenarts verwijdert u de bovenste helft van de reismand. Als uw kat er niet zelf uit komt, kan de dierenarts er zo wel goed bij.
  • Is het klaar? Meestal gaat uw kat dan wel weer uit zichzelf de reismand in. Zo niet, zet hem er dan ook nu weer rustig in.

Weer thuis

Laat uw kat na het dierenartsbezoek altijd éérst thuis bijkomen in een aparte ruimte, totdat hij weer volledig helder en op zijn gemak is. Wrijf uw kat  in met zijn eigen geur (bijvoorbeeld een kleedje waar hij op geslapen heeft) of met een gedragen kledingstuk van uzelf. Wees voorzichtig als uw kat een kap om heeft. Dit 'rare ding' kan de andere kat(ten) in huis schrik aanjagen en ervoor zorgen dat ze de kat niet zo makkelijk accepteren

Heeft u meer katten? Laat uw kat dan nog even in het mandje zitten om te kijken hoe de andere kat(ten) er op reageren. Het kan zijn dat ze vinden dat uw kat te veel naar de dierenarts ruikt. Laat uw kat dan, als het kan, een dag in een andere ruimte zitten (vergeet er geen kattenbak bij te zetten!), zodat hij weer zijn eigen geur krijgt en weer in alle rust door de andere katten wordt geaccepteerd.

Heeft u nog aanvullende vragen? Neem gerust contact met ons op, we helpen u graag verder.

Urine

Urine

De urine van uw huisdier wordt onderzocht in ons eigen laboratorium. Met behulp van een stickje
kijken we naar de aanwezigheid van bijvoorbeeld: suiker, eiwitten, de zuurgraad, rode en witte bloedcellen en natuurlijk hoe waterig de urine is.

Als er suiker in de urine zit,  kan dat wijzen op suikerziekte en moet dat nader onderzocht worden.  Eiwitten en bloedcellen kunnen iets zeggen over een eventuele ontsteking. Maar de aanwezigheid van eiwitten kan samen met het waterig zijn van de urine ook wat zeggen over bijvoorbeeld nierfalen. Als de dierenarts uw huisdier verdenkt van een blaasontsteking zal er ook altijd microscopisch onderzoek van de urine plaatsvinden om de urine te controleren op blaasgruis.

Een bacteriekweek van de urine doen we in principe zelf, maar meestal sturen we een positieve kweek aansluitend op naar een extern laboratorium voor gevoeligheidsbepaling van de bacterie voor verschillende soorten antibiotica.

Urine met een te hoge zuurgraad, sporen van eiwitten & bloedcellen. In het microscopische onderzoek vonden we kristallen. DierGezondheidsCentrum Hilversum adviseert blaasgruisdieet.

Urine van de kat opvangen:

Verwijder de kattenbakkorrels uit de bak en reinig de bak goed. Knip vervolgens een plastic zak of vuilniszak in stukken en doe deze snippers als bodembedekker in de bak. De urine kunt u opzuigen met een spuitje en in een vooraf goed schoongemaakt potje doen. Er zijn in onze kliniek ook plastic kattenbakkorrels te verkrijgen waar de urine tussen blijft liggen. In deze verpakking bevinden zich ook een pipetje om de urine mee op te zuigen en een buisje om de urine in te doen.

Urinewegen

Urinewegen

Bij katten komen vaak problemen van de lagere urinewegen voor. Dit zijn aandoeningen van de urineleiders, de blaas of de urinebuis.

Een belangrijke oorzaak van urinewegproblemen is de vorming van blaasgruis of -stenen. Andere oorzaken kunnen bijvoorbeeld zijn: poliep, bacteriële infectie of tumor. Soms is er geen oorzaak voor de klachten te vinden; de zogenaamde idiopatische cystitis. Hierbij spelen stress, overgewicht, weinig drinken, het weer, etc. een rol.

Symptomen problemen urinewegen

Verschijnselen wanneer uw kat last heeft van de blaas/urinewegen zijn:

  • Vaker kleine beetjes plassen, vaak naar de bak lopen
  • Op andere plaatsen plassen, buiten de bak plassen
  • Veel persen tijdens het plassen, miauwen tijdens het plassen
  • Spontaan urine verliezen zonder actief te plassen
  • Bloed in de urine, rode urine
  • Sloomheid, zichzelf afzonderen, minder etenbraken.

Vaccineren

Wanneer moet ik mijn kat laten vaccineren?

Onze dierenartsen kijken onder meer naar het gebit, de ogen, de oren, de ademhaling, het hart, de lymfeknopen, de huid, het bewegingsapparaat en de voedingstoestand. Eventuele afwijkingen bespreken wij met u en noteren wij in het patiëntendossier. Tijdens dit onderzoek kunt u de dierenarts natuurlijk ook al uw eventuele vragen stellen.

Na de gezondheidscontrole overleggen we met u welke vaccinaties voor het komende jaar zinvol zijn. Dit hangt af van de gezondheid van uw kat, maar bijvoorbeeld ook van een eventueel bezoek aan het buitenland of een pension. We streven er dus naar alleen de noodzakelijke vaccinaties toe te dienen. Vaccineren is namelijk maatwerk!

Tip: ontworm uw kat een week voor de vaccinatie, dan werkt het vaccin beter!

Wanneer vaccineren?

Zoals u in onderstaand vaccinatieschema kunt zien, heeft een volwassen kat ieder jaar een vaccinatie nodig. U krijgt dus ieder jaar een oproep van ons thuisgestuurd, zodat u niet vergeet langs te komen. Het standaard vaccinatieschema voor de kat ziet er als volgt uit:

Daarnaast kunt en moet u uw kat soms ook tegen een aantal andere ziekten laten vaccineren:

Rabiës

  • Het is wettelijk bepaald dat uw kat gevaccineerd moet zijn tegen hondsdolheid (rabiës) als u met uw kat naar het buitenland gaat. Uw kat moet ten tijde van de vaccinatie wel ouder zijn dan drie maanden. Deze vaccinatie moet minstens drie weken voor vertrek gegeven worden en mag bij vertrek niet ouder zijn dan een jaar. Sommige landen willen zelfs dat u door middel van een bloedtestuitslag kunt aantonen dat uw huisdier geënt is tegen rabiës. De vaccinatie tegen rabiës geeft 3 jaar lang bescherming.

Bordetella bronchiseptica

  • Deze bacterie is één van de verwekkers van niesziekte bij de kat. Als uw kat in contact komt met een grote groep katten kan hij door middel van een neusvaccinatie aanvullend tegen Bordetella bronchiseptica geënt worden.

Leukemie

  • Indien uw kat een sterk verhoogd risico heeft om leukemie te krijgen (bijvoorbeeld bij verblijf in het buitenland of een cattery), kunnen we besluiten te vaccineren tegen FeLV.

Als u twijfelt over de vaccinaties en de beschermingsstatus van uw kat, belt u dan met onze kliniek of maak een afspraak en neem het vaccinatieboekje en/of dierenpaspoort mee.

Vergiftigingen

Vergiftigingen

Vergiftigingen kunnen veel uiteenlopende verschijnselen geven waardoor ook de behandeling sterk kan verschillen. Evi dierenartsen heeft een aantal (veel) voorkomende vergfitigen bij de kat op een rijtje gezet:

Vlooienmiddel vergiftiging

Giftige stof: permethrin (zit in bepaalde vlooienmiddelen die bedoeld zijn voor de hond)
Symptomen: trillingen, krampen, overgevoeligheid, speekselen, wijde pupillen, epileptische aanval, hoge lichaamstemperatuur, (sterfte)
Giftige dosis: elke dosis is potentieel giftig; advies is bij iedere inname contact op te nemen met uw dierenarts

Behandeling:
- spot-on plek (scheren) en wassen (lauw water en zeep)
- temperatuur monitoren
- rustige prikkelarme omgeving
- zo nodig opname voor infuus en symptoombestrijding tegen de trillingen/krampen

Lelie vergiftiging

Giftige stof: de hele plant is giftig, maar de bloem het giftigst.
Symptomen: braken, kwijlen, anorexie, nierfalen, veel drinken/plassen, sloomheid, sterfte
Giftige dosis: elke dosis is potentieel giftig; advies is bij iedere inname contact op te nemen met uw dierenarts
Therapie:
- laten braken (per injectie bij de dierenarts, kan zinvol zijn tot min. 6 uur na inname)
- toedienen van geactiveerde kool (Norit) (kan zinvol zijn tot min. 6 uur na inname)
- opname voor 48 uur infuus (binnen 18 uur na inname), controle nierwaarden en indien nodig symptomatische behandeling

Antivries vergiftiging

Giftige stof: ethyleenglycol
Symptomen: neurologische klachten, sloom, lage temperatuur, braken, nierfalen (veel drinken/veel plassen), vaak fataal.
Giftige dosis: elke dosis is potentieel giftig; advies is bij iedere inname contact op te nemen met uw dierenarts
Antigif: ethanol, (fomepizol)
Therapie:
- laten braken (per injectie bij de dierenarts; alleen zinvol onmiddellijk na inname)
- opname voor infuus en symptomatische behandeling
- behandelen met antigif (binnen 3 uur na inname)
- NB  toedienen van geactiveerde kool (Norit) is niet zinvol

Paracetamol vergiftiging

Giftige stof: Paracetamol
Symptomen: levensbedreigende bloedarmoede,  leverfalen, nier- en hartbeschadiging, donkere slijmvliezen, rode urine.
Giftige dosis: elke dosis is potentieel giftig; advies is bij iedere inname contact op te nemen met uw dierenarts
Antigif: acetylcysteine
Therapie:
- laten braken (per injectie bij de dierenarts; liefst zo snel mogelijk)
- maagspoelen indien nodig
- zo nodig opname voor infuus en symptoombestrijding (bv zuurstof en vitamine C)
- bij gebruik van orale acetylcysteine geen Norit geven

Groene aanslag reiniger

Giftige stof: o.a didecyldimethylammoniumchloride (katten likken dit van bv tuintegels op of van hun voetzooltjes)
Symptomen: kwijlen, stoppen met eten, zweren in de bek
Therapie:
- pijnstilling
- indien nodig opname en het plaatsen van een voedingssonde

Neem telefonisch contact met ons op wanneer u het vermoeden hebt dat uw kat is vergiftigd!

Vlooien

Vlooien

Wanneer uw huisdier zich regelmatig begint te krabben en u kleine zwarte korreltjes in de vacht vindt (vlooienpoep), heeft uw huisdier waarschijnlijk vlooien.

Waarom ontvlooien?

  • Vlooien veroorzaken jeuk bij uw huisdieren, waardoor ze zich gaan krabben. Dit kan haaruitval, kaalheid, korstjes en huidontstekingen tot gevolg hebben;
  • Bij pups en kittens kan een heftige vlooienbesmetting leiden tot bloedarmoede;
  • Vlooien kunnen lintworm overdragen en ze kunnen katten besmetten met de bacterie van de (voor u besmettelijke!) kattenkrabziekte.

Hoe vaak ontvlooien?

De volwassen vlooien die op het lichaam van uw huisdier leven, zijn helaas niet het enige probleem. De larven en eitjes van vlooien zitten namelijk vaak niet alleen in de vacht van uw huisdier, ze liggen ook in uw huis. Slechts een fractie ( 5%) van de vlooien leeft óp uw kat, de rest bevindt zich in de omgeving, uw huis dus! Daarom is het belangrijk vrijwel iedere maand een spot-on middel in de nek van uw huisdier te druppelen. De vlooien die zich uit de eitjes in uw huis ontwikkelen, worden dan gedood zodra zij uw huisdier bijten. Uw dierenarts adviseert u graag over het gebruik van deze spot-on middelen.

Om te voorkomen dat uw huisdier steeds opnieuw besmet wordt, kunt u zijn of haar leefomgeving verder goed schoonmaken en behandelen met een anti-vlooienspray.

Welk ontvlooiingsmiddel?

Helaas zijn er veel middelen in omloop waarmee u onvoldoende resultaat zult boeken. Onze dierenartsen zullen u adviseren over welk middel u het beste kunt gebruiken voor het ontvlooien van uw kat. Dit hangt onder meer af van het gewicht van uw huisdier. Als u bekend bent met het gebruik van ontvlooiingsmiddelen, kunt u natuurlijk met onze kliniek bellen als u een nieuwe kuur nodig heeft. U kunt het middel vaak dezelfde dag nog komen ophalen.

Als uw huisdier vlooien heeft, vergeet hem/haar dan niet te ontwormen!

Vuurwerkangst

Vuurwerkangst Kat

Veel honden en katten zijn bang voor vuurwerk. Heeft uw huisdier hier last van? Kijk dan of het mogelijk is om uw hond of kat uit de situatie te verwijderen, door bijvoorbeeld tijdens oudejaarsdag met uw huisdier op vakantie te gaan naar een vuurwerkvrij gebied of uw huisdier onder te brengen in een goed pension waar geen vuurwerk wordt afgestoken. Onderstaande adviezen kunnen helpen bij huisdieren met vuurwerkangst.

  1. Laat een angstig huisdier nooit alleen achter. Als u denkt dat er vuurwerk wordt afgestoken, probeer dan thuis te blijven bij uw hond of kat, of zorg dat een andere volwassene thuis aanwezig is.
  2. Informeer uw omgeving over de angst van uw huisdier. Hang borden bij de ramen en deuren met bijvoorbeeld te tekst “Hond/kat enorm bang voor vuurwerk: houd aub afstand”, of loop even langs bij uw buren om te vragen of zij afstand van uw huis kunnen houden als ze vuurwerk afsteken. Als u het vermoeden hebt dat dit het tegenovergestelde effect heeft, volgt dan dit specifieke advies niet.
  3. Laat uw hond op oudejaarsavond op tijd uit. Zorg dat hij aangelijnd is, zodat hij niet kan wegrennen als hij schrikt. Wegrennen is zelf-belonend gedrag waarbij de hond zijn eigen probleem oplost door afstand te creëren tussen hemzelf en de prikkel, waardoor  hij in het vervolg mogelijk vaker weg zal rennen.
  4. Laat een kat met vuurwerkangst nooit buiten op oudjaarsdag: houd ze binnen en zorg dat de kat genoeg voorzieningen (voer, water, kattenbak, spelletjes, enz.) heeft.
  5. Doe alle ramen, gordijnen, rolluiken en deuren dicht. Dit dempt niet alleen de geluiden, maar ook de lichtflitsen. Er zijn ook oordoppen, koptelefoons of speciale brillen ontwikkeld voor honden om geluid en lichtflitsen te verminderen. De hond moet getraind worden om dit soort dingen te dragen, dus gebruik deze niet zomaar! Doe dit altijd in overleg met uw dierenarts.
  6. Laat wat lampen branden en zet de radio of televisie aan, dit dempt de geluiden van buiten.
  7. Wordt u zelf nerveus van vuurwerk? Probeer rustig te blijven, dan geeft u het goede voorbeeld aan uw huisdier.
  8. U kunt een dier niet echt belonen voor angstig gedrag. Raakt uw hond volledig in paniek? Aai hem dan niet, maar houd hem stevig vast (doe dit niet met een kat) en masseer hem met lange, diepe bewegingen. Doe dit alleen als het lijkt te helpen. Let op, een hond die echt weg wilt, kan bijten. Houd een kat die in paniek is nooit vast. Laat de kat bij u op schoot komen (of de hond lekker tegen u aanliggen) als hij daar behoefte aan heeft.
  9. U hoeft uw huisdier niet te negeren als hij angst vertoont. Leidt uw hond naar zijn veilige plek en praat tegen hem op een rustige en normale manier. Probeer het dier af te leiden door bijvoorbeeld te spelen, dan wordt vuurwerk gekoppeld aan iets positiefs.
  10. Beloon uw dier flink als hij rustig blijft op het moment dat er vuurwerk wordt afgestoken. Ook wanneer uw hond of kat even naar de bron van het geluid kijkt, maar snel herstelt.
  11. Creëer een veilige plek voor uw huisdier en train hem daarnaartoe te gaan om rust te vinden. (Zie “Hoe maak ik een veilige plek voor mijn hond of kat?”).

Ga altijd naar uw dierenarts als u vermoedt dat uw huisdier bang is voor vuurwerk. Soms kan speciale vuurwerktraining helpen de angst te verminderen. Het is belangrijk om hier enkele maanden van tevoren mee te starten. Soms is een dier zo angstig dat medicatie nodig is, maak ruim op tijd een afspraak bij uw dierenarts voor advies op maat. Er zijn nieuwe en goede medicijnen die de dierenarts kan voorschrijven om dieren te helpen als ze bang zijn voor geluiden.

Hoe maak ik een veilige plek voor mijn kat (of hond)?

  1. Kies een plek in de buurt van mensen, maar zo ver mogelijk bij ramen en deuren vandaan, of kies een kleine ruimte in huis, zoals een badkamer, waar licht en geluid minder binnenkomt. Leg op deze plek het lievelings- kleed of kussen van uw huisdier neer. Voor katten is een veilige plek vaak ergens verstopt in een kledingkast of ergens hoog bovenop.
  2. Train uw hond door regelmatig naar de veilige plek te lopen met iets super lekkers (zorg dat het dier dit wel ziet). Net voordat het dier daar inloopt, geeft u het commando “plek” (of een ander woord dat nog niet bekend is bij het dier). Als uw huisdier de veilige plek ingaat, beloont u hem met wat heerlijks. Doe deze oefening minimaal 2 tot 3 keer per dag voor 1 tot 2 weken totdat de hond het commando volledig begrijpt. Daarna kunt u hem af en toe belonen met een botje of gevulde Kong, zodat hij wat langer op de veilige plek blijft. Ook katten kunnen op een vergelijkbare manier getraind worden: u kunt ze belonen met speelgoedjes of lekkers. Blijf in de buurt van uw huisdier als hij op zijn veilige plek is, en zorg dat u zichtbaar voor hem bent.
  3.  Als uw huisdier tijdens oudjaarsdag onrustig wordt, geef hem dan uw commando voor “plek” en leid hem dan naar de veilige plek (als hij er zelf al niet heen gaat). Geef het dier daar wat lekkers ter afleiding. Heeft hij hier geen interesse in? Laat het dan gewoon liggen, het kan best dat hij dit later wel pakt. Dwing het dier niet om naar de veilige haven te gaan, want dan wordt de plek eng.
  4. Zorg dat uw huisdier altijd bij zijn veilige plek kan, ook als u niet thuis bent. Het is uiteraard wel de bedoeling dat u thuis blijft als er vuurwerk afgestoken wordt. Als een bench gebruikt wordt, zorg dan ook dat de deur van de bench altijd open staat en maak deze zo “geluidsdicht” mogelijk door er dekens overheen te leggen. Gebruik geen bench voor uw kat.

Dit informatieblad is opgesteld door Valerie Jonckheer, dierenarts-specialist gedragsgeneeskunde.

Mocht de vuurwerkangst heel ernstig zijn en bovenstaande punten helpen onvoldoende, dan is het verstandig om contact te zoeken voor een uitgebreider advies met eventueel (medische) hulpmiddelen.

Zijn u vragen over vuurwerkangst hiermee niet beantwoordt? Neem dan telefonisch contact met ons op. Neem gerust contact op met  Evi dierenartsen of stuur een e-mail.

Wateropname

Wateropname stimuleren

Voor uw kat is het belangrijk dat hij of zij meer drinkt. Meer drinken is belangrijk bij blaasproblemen, bij nierproblemen of een combinatie van beide. Het effect is verdunnen van urine, vaker plassen, minder lang aanwezig zijn van urine in blaas en dus minder kans op vorming stenen/kristallen. In geval van nierproblemen is het vooral uitspoelen van gifstoffen.

Hieronder volgen enkele tips om de wateropname te bevorderen

  • Zoveel mogelijk blikvoer geven
  • Water toevoegen aan voeding. Brokken worden meestal slecht geaccepteerd met  water. Bij natvoer beginnen met klein beetje, steeds meer totdat een maximum is bereikt van wat de kat nog accepteert.
  • Zet water naast voeding, maar ook op allerlei andere plaatsen waar de kat veel komt.
  • Zorg voor vers water, dus vaak verversen.
  • Zoek uit of kat houdt van een klein laagje in een diep bakje of juist tot de rand gevuld, of ie graag drinkt uit een laagje in de wasbak/gootsteen of douchebak.
  • Een permanente plek met vers drinkwater.
  • Bied gefilterd, gedistilleerd of flessenwater aan.
  • Maak ijsblokje met een smaakje. Doe een beetje dieetvoer in wat water, laat dat 10 minuten sudderen, dan het vocht door de zeef doen. Dit gezeefde vocht  invriezen in een ijsblokjesbakje. Nu kan het water ‘verrijkt’ worden met een ijsblokje en zo aantrekkelijker worden.
  • Het kan zijn dat uw dier graag uit een waterfonteintje drinkt. Dit is  verkrijgbaar bij een aantal dierenwinkels.

Verder is het belangrijk dat uw kat zo vaak mogelijk naar de kattenbak gaat en zijn of haar urine niet te lang op houdt. Het is dus belangrijk de kattenbak zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • Meerdere kattenbakken op verschillende plaatsen te zetten.
  • Het voorkomen van overbevolking met veel andere katten. Dit kan veel stress opleveren.
  • Vaker verschonen.
  • Kap eraf of juist kap erop, net wat de kat prettig vindt.
  • De kattenbak op een niet te drukke plek te zetten.
  • De kattenbak niet in de buurt van de etensbak te zetten.
  • Kattengrit te gebruiken die de kat prettig vindt. 

Wormen

Wormen

Hieronder vindt u een overzicht van veel voorkomende wormen bij katten. U kunt hier lezen hoe uw huisdier besmet kan raken met deze parasieten. Hoe vaak moet ik mijn kat ontwormen?

Spoelworm

De spoelworm is de meest voorkomende worm bij hond en kat. Pups en kittens kunnen al in de baarmoeder besmet raken, en besmetting vindt ook vaak plaats via de moedermelk. Eitjes van de spoelworm liggen verder op de vreemdste plaatsen en blijven kleven aan schoenen of pootjes. Als uw hond of kat deze eitjes binnenkrijgt – bijvoorbeeld wanneer hij zich wast -, komen de eitjes ongemerkt het maagdarmkanaal binnen. Ook het eten van geïnfecteerde prooidieren veroorzaakt besmetting.

Mensen kunnen ook besmet raken met de spoelworm.

Lintworm

Besmetting met de lintworm vindt plaats wanneer uw huisdier geïnfecteerde vlooien oplikt of geïnfecteerde prooidieren (zoals vogels of muizen) opeet.

De vossenlintworm kan ook bij de mens ernstige problemen veroorzaken.

Haakworm

De haakworm komt vooral voor in Zuid-Europa, maar kan ook in Nederland worden aangetroffen. Deze worm dringt via de huid of de slijmvliezen naar binnen om dan via de bloedbaan de darm te bereiken. Besmetting is mogelijk via de moedermelk of door contact met besmette uitwerpselen.

Haakwormen kunnen ook het menselijk lichaam binnendringen, maar dit gebeurt zelden.

Zes maanden check

Zes maanden check

Uw kitten is nu enkele maanden bij u, heeft de eerste vaccinaties gehad en is gewend aan de dagelijkse gang van uw huishouden. Het eerste jaar is een zeer belangrijke periode in het leven van uw  kat. Uw dier zit volop in zijn of haar ontwikkeling, de socialisatie is achter de rug en het permanente gebit is aanwezig. Een goed moment om te controleren of het goed gaat met uw huisdier! Daarbij heeft u misschien vragen over het gedrag of vraagt u zich af of u nog moet ontwormen, wanneer de vaccinaties herhaald moeten worden en of het moment al is aangebroken dat hij of zij gecastreerd kan worden (bij vrouwtjes ook wel sterilisatie genoemd).

Gezondheidscontrole

Om deze redenen hebben we het 6-maandenconsult in het leven geroepen. Tijdens dit consult bespreken we samen hoe het afgelopen maanden gegaan is met uw jonge huisdier. Onderwerpen als het gedrag, de voeding en het voorkomen van parasieten (ontworming, vlooien- en tekenbestrijding) komen tijdens dit consult aan bod. Ook het vaccinatieschema zullen we met u bespreken, zodat uw huisdier goed beschermd blijft. Daarna zal de dierenarts uw huisdier uitgebreid klinisch onderzoeken. Daarbij kijkt de dierenarts onder andere naar de conditie en groei van de afgelopen periode. Extra aandacht besteden we aan het gebit. Zijn alle tanden en kiezen netjes doorgekomen en zijn er geen melktanden achtergebleven?

CastratieSterilisatie?

In deze tijden begint u waarschijnlijk ook te denken aan geboortebeperking en dus aan de castratie (of sterilisatie) van uw dier. We bevelen deze ingreep niet alleen aan vanwege geboortebeperking: we voorkomen zo ook een paar belangrijke ziekten. We kunnen u dit tijdens het consult toelichten.

Het Zes Maanden Consult, zo weet u zeker dat u goed op weg bent!